is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen de overstrooming van den Xijl beschut. Enkele gevallen uitgezonderd, zegt Marïette, hebben de Egyptische constructeurs niet de nauwkeurigheid getoond die men hun zoo dikwijls toeschrijft.

„Men inoet de tempels en graven opgemeten hebben, om te weten hoe dikwijls de tegenovergestelde muren der ruimten van ongelijke lengte zijn.''

Eerst de tempels van lateren tijd, van Edfu en Denderah, onder de dynastie der Ptolemëers gebouwd, zijn zorgvuldiger behandeld.

Slechts noode werden steenen van buitengewone afmetingen gebruikt: soms bij schachten van zuilen, bij deurstijlen, maar vooral bij de architraven die de zuilen verbinden is dit het geval. De zuilenzaal van den tempel te Karnak (fig. 20 en 46) heeft architraven ter lengte van 9.20 mr.,

Fig. 37. Constructie van een pyloon (P. & C.).

wegende 65000 kilo. Ze rusten op zuilen van 21 mr. hoogte ter diameter van 3.50 nir. voor liet verhoogde middendeel der zaal; de hoogte der kleinste zuilen is 13 mr. De planvorm der zaal (103 X 52 mr.) is door 134 zuilen in traveëen verdeeld.

De uitvoering van zulk een tempel was dus een reuzenwerk. Toch waren de Egyptenaren op eenvoudige middelen aangewezen. In werktuigkunde waren zij niet bedreven. De handspaak, de bok of de kraan en de kabel, ziedaar hun voornaamste werktuigen ter uitvoering. Bovendien kon wegens scliaarschte van hout niet aan het maken van steigers rondom de geweldige tempels worden gedacht. Bij hun bouw kwam het feitelijk op veel handenarbeid aan. Meestal leverden de veroveringstochten der koningen van Thebe, duizende krijgsgevangenen, die tot den bouw werden gebruikt. Men denke aan de Joodsche