is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lotus waarschijnlijk van daar overgenomen, hoewel Layard er een inhcemsche

bloem, een tulp, in meent te zien.

Groote, vlakke vloerplaten van albast te Kujundsjik ontgraven (tig. .14),

f van

vertoonen een n*uuc iwjicin^.u6 verschillende vormen. De compositie berust op een indeeling van vierkante vakken en is met een rand afgesloten. Zoowel bij den rand als het middenveld is de lotusbloem in af-

, , ,1» «. <•, wisseling met den pijnappel en het

Fig 93. Rozetten van glazuursteen (V. tv L.). i j ir

madeliefje, kenbaar; dit laatste vormt ook het midden der groote rozet. De schikking van den rand gelijkt op un Egyptische randversiering (fig. (.)r>). Evenwel staan hier bloem en kelk los naast elkaar, terwijl zij in Assyrië onderling verbonden zijn.

JYIlilj' 'J,J

gaand motief gestyleerd (fig. 96). Het centrum, de madelief, wordt I door een cirkel omschreven, en door een dubbelen kring van gestvleerde kelken omgeven, hetwelk een mooie verbinding van bloem en knoppen teweegbrengt en het geheel een rijk aanzien geeft. De 1 neiging tot het bewerken der onderdeden . een

Fig. !I4. Vloerplaat te Kujundsjik. keilllierk der As-

syrischc versieringen, reeds bij de dorpelwachters opgemerkt, komt ook hier

te voorschijn. _ _

Een variant is de vloerpaat uit Khorsabad (fig. 97). Hier is het

midden door cirkels van stervormige teekening ingenomen. In beide typen