is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in- tot uitwendige zijn waar te nemen. IK' plaatsing van de zuilen aan den voorgevel strookt noch met die van den Pronaos, noch niet die der cella en

den Opisthodomos.

Terrasvormig oploopend is gewoonlijk de grondslag der zuilen ( ig. )

Fig 104. Plafond van portiek en pronaos van het tig. 103. c s

K Parthenon (Westzijde) (P. & C.). te Khamnus (1' * C+

en doorgaans verschilt hun grootte. Ook ligt de steenzoldering, die de portiek en den pronaos overspant, op verschillende hoogte. Van de houtconstructie afgeleid bestaat zij uit zware dwarsbalken, rustende — niet onmiddellijk op den architraafbalk - maar daarboven, op een licht uitkragenden steen ter hoogte van de kroonlijst (fig. 207). Horizontale sternen of marmeren platen, verdeeld

in vierkante, ingediepte velden (cassetten j, overspannen de ruimte (fig. 1*37). Nu eens sluiten deze vlakke platen zonder tusschenbalk tegen elkaar, zooals liet plafond der zij portiek van het Parthenon, waar zij tot den architraaf der frontgevels doorloopen (fig. 1(3-1), dan weer vormt de breede vóórportiek een afzonderlijke ruimte door de teekening van het plafond

Fig. 100. Plafond van den Theseïontempel *Jg. 11H. vonwrueue » —

te Athene (P. & C.).

(fi- 165 en 166), welks balkverdeeling slechts bij uitzondering rekening houdt niet de as der zuilen. Kortom, met behoud van het con«tractiesysteem wisselt de teekening der steenzoldering voortdurend af.