is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet wier liulp de zetel des rijks liet uitgangspunt wordt eener groote architectuurbeweging, waarvan de sporen zich tot verschillende plaatsen van Italië en daarbuiten tot de uiterste grenzen van het machtige rijk uitstrekken.

(iedurende liet tijdperk der Konieinsche republiek (27T» — 2T» v. Chr.) en den eersten tijd van liet keizerrijk oefende deze Helleensclie kunstlieschaving een machtigen, duurzamen invloed op de Konieinsche architectuur uit. In 't bijzonder op den bouw der tempels toen te Rome en elders gesticht, ondanks de veranderingen in aanleg en opbouw door den Ronieinschen volksaard teweeggebracht.

Reeds werd door keizer Augustus (14 v. Chr.) de oude, nog kunstlooze stad „een stad van tichelsteen in een stad van marmer herschapen." Verschillende tempels, paleizen alsmede theaters en thermen werden gesticht rondom de openbare pleinen (de Fora) of op den Palatijn. Doch vooral daarna, toen onder de regeering van eenige beleidvolle keizers de eenheid des rijks steeds meer werd bevestigd, de verschillende onderworpen landen door een genieenschappelijken, politicken band waren vereenigd, er een tijdperk van bloei, van buitengewone welvaart ontstond en Rome, als centrum der wereld, het toppunt van macht en luister bereikte — werden nieuwe, reusachtige opgaven aan de bouwmeesters gesteld.

Ten behoeve van het volk verrezen talrijke grootsche bouwwerken van verschillenden aard, die als middel dienden ter bevestiging van liet keizerlijk gezag en die als grootsche planaanleg, ruiinteontwikkeling en constructie, kortom als geniale gedachte en technische uitvoering ongeëvenaard zijn. Zij stellen in de schaduw alles, tot hiertoe door de architectuur der oudheid voortgebracht. Zij zijn schitterende getuigen van den Ronieinschen geest en de weerkaatsing van zijn bewonderenswaardig organisatievermogen, zijn stelselmatig beheer op staatkundig gebied.

Zij zijn essentieel Romeinsch!

Ter verwezenlijking dezer geweldige opgaven bleken de uitheemsche elementen op zich zelf ontoereikend. I)e twee methoden van samenstelling: het htruskische geweifsvsteeni en de Grieksche architraafbouw hadden toch slechts zeer beperkte uitingen gevonden en deze contrasteerende stelsels, liet eerste op evenwicht tegen zijdelingschen druk, liet tweede op verticaal werkende krachten berustend, waren tot nu toe afzonderlijk toegepast. Doch onder den drang van liet maatschappelijk leven worden ze door het genie van een groot volk vereenigd en tot geestelijk eigendom verwerkt. Uit hun vereeniging groeit een arcliitectuurstelsel waardoor onder alle omstandigheden aan de meest veelzijdige eisclien eener uitgebreide samenleving kon worden voldaan.