is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Agrippa gesticht. Het was een grootsch heiligdom aan Mars, \ en lis en andere goden en heiden gewijd, een Pantheon in aansluiting meteen Iherniengebouw en door uitgebreiden park-aanleg omringd, èen complex van bouwwerken ongeveer een kwart eeuw voor onze jaartelling ingewijd.

Reeds werd in de eerste eeuwen van zijn bestaan het Pantheon herhaaldelijk door brand beschadigd en herbouwd Eerst onder I'itus en toen onder Trajanus. Hieruit wordt afgeleid dat de groote rotonde toen nog niet bestond, omdat op dergelijke brandvrije kluis het vuur geen vat heeft.

Dan, in 12;> n. Chr., door Hadrianus gerestaureerd, werd het Pantheon eindelijk door Septimus Severus (203 n. Chr.) in zijn ouden glans hersteld en vormde door portieken en andere monumenten omringd het centrum van een der meest grootsche wijken van Rome.

De tegenwoordige vorm is hiervan het overblijfsel.

Het verlangen, zekerheid omtrent het ontstaan en de samenstelling van het monument te verkrijgen, bracht den architect (>. Chedanne, destijds pensionnaire van het Fransche gouvernement (1891) er toe, nauwkeurige onderzoekingen en opmetingen te doen.

Het toeval diende hem: Reeds sinds langen tijd bestonden op een paar plaatsen van den koepel scheuren, waardoor het water binnendrong en schade veroorzaakte. Bijgestaan door twee invloedrijke Italiaansche architecten gelukte liet hem van staatswege vergunning te verkrijgen om onder zijn toezicht de noodige herstellingen te doen uitvoeren. Hij werd hierdoor in staat gesteld den koepel van nabij te bestudeeren, liet de pleisterlaag rondom de scheuren wegnemen en bevond dat de baksteenen, aan enkele plaatsen van liet gewelf onttrokken, liet merk van keizer Hadrianus droegen. Dezelfde operatie in den muur en de fundeering verricht, gaf de zekerheid dat de geheele rotonde, muur en koepel, van eenzelfde tijdperk dagteekent (12.'5 n. Chr.).

Hierdoor wordt het stilzwijgen van Plinius over de rotonde verklaard. In 7!) n. Chr. overleden kon hij deze niet gezien hebben.

Het opschrift van liet fries der portiek: 31. AGRIPPA L. F. COS. TERTIO! FECIT') kan dus van nu af alleen betrekking hebben op de stichting van dit gedeelte. Doch een tweede, kleiner opschrift der architraaf vermeldt de herstelling van het Pantheon door Septimus Severus (20.'> n. Chr.) in zijn oorspronkelijke!) toestand. In aanmerking genomen de gewoonte der Romeinsche keizers om bij herbouw of vergrooting, hun eigen stempel of dat van hun tijd op het bouwwerk te zetten, is het twijfelachtig of die herbouw niet nauwkeurigheid is geschied.

Verdere ontgravingen onder den vloer van liet gebouw hebben toch de

i) Vertaald: „31. Agrippa, Zoon van Lucius, ten dorden male consul, heeft het gemaakt.