is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezag. De stichting van talrijke, reusachtige monumenten, in en buiten Rome, kwam hieruit voort. Monumenten van verschillende bestemming: tempels, theaters, thermen, paleizen en triomf poorten, alle met egoïstische bedoeling opgericht, hetzij ten dienste van een verbasterden godencultus, ten gerieve van een ontaard volk, of ter eere van den alvermogenden vertegenwoordiger van het gezag: den keizer.

De uitheemsche constructie-methoden en kunstvormen werden hiertoe benuttigd, en tot een architectuur verwerkt van veel uiterlijken glans doch van weinig innerlijke bezieling.

Het groote organisatievermogen van den Romein op sociaal gebied komt ook hier schitterend tot uiting. Want al moge dit volk van wetgevers en soldaten terecht worden verweten: onvermogen in het scheppen van een oorspronkelijke architectoniek, gemis aan diepe symbolische gedachte, waardoor de esthetiek in oppervlakkigen vormdienst ontaardt; gemis aan fijn gevoel en scherp onderscheidingsvermogen, waardoor de oorspronkelijke beteekcnis der overgenomen Grieksche kunstvormen werd verkracht en het karakter te loor gaat, zoodat een noodzakelijk en dus onveranderlijk constructiedeel, zooals do zuil, tot een decoratieve muurbckleeding werd misbruikt daartegenover staat, dat de Romeinsche bouwmeesters hebben gewoekerd met de constructiemethoden aan de overwonnen volkeren ontleend.

In hun ontwikkeling en volmaking schuilt hun groote verdienste. Als techniek toch beteekent het werk der Romeinen een reuzenschrede vooruit. Want al is de gewelfbouw niet hun eigen vinding, en al was ook zijn concrete structuur als gietwerk reeds bij de Pheniciërs bekend (pag. 1(1(1), zijn meesterlijke toepassing op reusachtige schaal te Rome is volop Romeinsch, eigen verdienste. Daardoor konden de moeielijke, praetische eischen der Romeinsche samenleving gereede voldoening vinden en de stoutste gedachten worden verwezenlijkt.

Zoo overtreffen do Romeinsche monumenten in grootsehheid van aanleg, in schoone ruimtewerking en doeltreffende economische uitvoering vérre al de werken der oudheid, en zijn zij ook voor den hedendaagsehon bouwmeester een rijke bron van studie. Hun eigenschappen en gebreken zijn reeds vroeger bij de kritische analyse der voornaamste typen in het licht gesteld, zoodat met de verwijzing er naar hier kan worden volstaan.