is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Homaansche kunst en de (rothiek, nis de kapiteel vorm volkomen liet karakter van draagsteen verkrijgt.

Hoewel de basilieken van Ha venna ook herhaaldelijk verandering ondergingen in lateren tijd, vertoont de oudste der twee genoemde, de S. Appolinare nuovo, een goed geheel van inwendige versiering in de mozaïeken van liet middenschip (fig. .'i'J(l).

Tusschen de arkaden en de bovenramen bevindt zich een hoog fries, met statige, overlevensgroote gestalten van martelaars en heiligen in processie geschaard, onderling door een palmboom gescheiden en een kroon dragend. Ken nimbus als cirkelkrans, omgeeft hun hoofd. De figuren zijn, door rustigen stand en streng gebaar, door sobere drapeering der lichte gewaden, en in t algemeen door vlakke, decoratieve behandeling, van voorname werking. Boven liet fries, tusschen de ramen, verheffen zich de figuren van kerkleeraars, terwijl een fries met voorstellingen uit het leven van Christus den wand bovenwaarts afsluit.

Merkwaardig is ook de tweede basiliek S. Appolinare in Classe, het eenige overgebleven monument der vroegere voorstad Classis.

Haar aanleg met atrium (thans verdwenen) zonder transept, is geheel Homeinsch. Slechts de schoone Grieksch marmeren zuilen en kapiteeJen, alsmede de ino/.aïekveisiering der apsis zijn oorspronkelijk.

Ook in Noord-Italië, in de omgeving van Venetië, te Torcello en te Parenzo, aan de westkust van Istrië, zijn basilieken onder invloed der B.vzantijnsch-Havennatische kunst gesticht en dagteekenend uil de <>'' eeuw. Merkwaardige mozaïeken zijn ook hier overgebleven. De basiliek te Torcello maakt deel uit van een centraalbouw, de Santa Fosca, die bij de Bvzantijnsche architectuur zal worden besproken.

CENT IJ A A I, S Y R I K.

De Christelijke godsdienst te Rome, aanvankelijk als geloofsleer der onaanzienlijken en misdeelden, drie eeuwen in strijd met de Romeinsche samenleving, daarna onder zelfzuchtigen steun van keizer Constantijn tot godsdienst van Staat verklaard, was daar ten slotte wel een milde, doch geen zuivere bron van kunstcultuur. De geest der nieuwe leer, in beginsel op de bevordering van 's menschen heil naar zijn waarachtig, zijn ethisch belang gegrond, was daarvoor te zeer in strijd met het wezen en de belangen der wereldsche sfeer van een Homeinsch hof. E11 de oud-Christelijke monumenten, aldaar, met kleine wijzigingen geheel naar de heidensche monumenten opgebouwd eu versierd, openharen hiervan den terugslag. Een oorspronkelijke, karakteristieke architectuur bezitten zij niet, ondanks hun