is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iet ruime, driebeukige transept en het vijfbeukige koor, dat door kapellen van afwisselende grootte is omgeven, ontwikkelt de ruimte zich ten volle, en blijkbaar bepaalde de aandacht van den bouwmeester zich op dit gedeelte.

Steeds vaster, stelselmatiger, ruimer, lichter wordt in de i:> eeuw de

aanleg der kathedraal. Merkwaardig is de steiging bij kerken die korten tijd

achtereen aangevangen werden. Te Parijs bedraagt de kruinhoogte van het

schip .54 M., te Bourges en Chartres 37 M., te Rei nis 38 M te imiens

43 M., te Beauvais 48 M. De wijdte, te Parijs 12,50 M. steigt tot 15,50 te

oeauvais, as in as der pijlers. Oppervlak en inhoud nemen dus aanmerkelijk toe.

Belangrijk als kunstwerk in vol ontwikkelden stijl is de kathedraal te Rei nis, eveneens op de puhihoopen eener verbrande Romaansche kerk gesticht. Robert de Coucv, uit het koninklijk domein, is de ontwerper, liet koor in 1212 begonnen, werd eerst tegen 1241» voltooid, waarna de bouw aan'liet schip en den voorgevel werd voortgezet. Deze verkreeg eerst zijn voltooiing, zonder de spitsen, in het begin der 14- eeuw. Ondanks dit groot tijdsverloop kenmerkt zich het ontzaglijk monument door artistieke eenheid, al valt in sommige details de geleidelijke ontwikkeling van den stijl waar te nemen.

Het grondplan heeft den vol ontwikkelden Gothischen vorm, Latijnscli kruis, driebeukig schip en transept, vijfbeukig koor, rondloopenden kapellenkrans en doorgaande traveeën voor middelschip en zijschepen. Behalve de twee hoofdtorens aan den voorgevel, waren oorspronkelijk nog vier torens aan de uiteinden van liet transept geplaatst') (fi»-. 101).

Al dadelijk trekt de rijke ruimte-ontwikkeling van transept, koor en kapellenkrans de aandacht. Opmerkelijk is hier de ongelijkheid der traveewijdte, hun geleidelijke versmalling van af het transept tot den kooromgang, "en schikking zeker ten gunste der perspectievische wijking gekozen. In wrgehjking niet Parijs treft hier de kooromgang door eenvoud, gelijke verdeelmg en natuurlijke voortzetting der traveeën. Doch de buitengewoon zware buitenmuur en steunbeeren, alsmede de geheele inwendige opbouw van pijlers en gewelfribben verraden nog een zekere aarzeling.

Niettemin is de aanblik van het ruim indrukwekkend. Krachtig spreekt

dit gespierd organisme, met forsche bundelzuilen, kernachtige arkaden en

gewelfribben. Reeds ontspringen de schalken, die de middel- en zijgewelven

dragen, niet meer op de dekplaat der zware zuil, doch rijzen uit den vloer ter volle hoogte op.

De lage triforiumgalerij, ietwat zwaar, gedrukt van teekening, brengt door tegenstelling ,1e hoogteverhouding van arkaden en bovenramen tot juiste

') Deze zijn na den grooten brand van 1-181 niet weer opgebouwd.