is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitdrukking. Meer dan in liet ruim van Xotre-Dame te Parijs, spreekt hier liet verticalisme der hoofdlijnen.

Vooral bij den hoofdgevel (tig. 102). Het gevelschema van Xotre-Dame te Parijs, bestaande in twee hoektorens, hooge oppergalerij als horizontale gevelbekroning, drie portalen, rond middenraam met dubbel raam ter weerszijden, is hier toegepast. Doch hij deze algemeene gelijkenis blijft het. Zoowel de meer besliste plaatsing, het zuiverder verband der hoofdmotieven, alsmede de rankere verhoudingen en de rijke detailleering toonen dat het schema tot een architectuurbeeld van geheel eigen karakter is verwerkt. Ondanks een zekere detail-overdaad van sommige gedeelten kenmerkt zich het geheel door eenheid van artistieke bedoeling, harmonie van verhoudingen, meesterschap over vorm en materie.

Gratie en lichtheid vervangen nu den ernst en de strengheid van den Parijschen gevel. Zij vormen den esthetisclien grondtoon van deze heerlijke, meest volkomen schepping der Fransche (lotliiek.

Statig bekroont de oppergalerij, met kerkelijke figuren verrijkt, den gevel. Zij trekt te meer de aandacht nu de lagere koningengalerij van den Parijschen gevel is opgeofferd aan de portaalbekroningen. Nauwelijks nog spreekt het rustige, horizontale lij 11 verband hij de gordellijsten en overal is de zigzaglijn aan de wimbergen en baldakijns bij den boogaanzet der portalen, de blindbogen der contraforten, de raamgalerijen van middendeel en torens, alsmede aan de oppergalerij, op verschillende schaal, doorgevoerd. De muren verdwijnen deels achter blindbogen of zijn met slanke spitsboogopeningen doorbroken. Hun vlakke massa's zijn vervangen door een opengewerkt, etherisch licht lijnverband, welks bekoring door rijke, decoratieve en symbolische versieringen nog wordt verhoogd. Schoon, decoratief van werking is de overgang van voor- tot zijgevel. De inspringende hoek der contraforten, te Parijs eenigszins armoedig van aanblik, is hier verrijkt met een sierlijk hoekmotief dat de moeielijkheid der onderlinge aansluiting harmonisch oplost.

Enkele zwakke punten ontbreken niet. Vooral de benedenbouw mist de noodige rust door den gebrekkigen samenhang van portalen en contraforten, wier massa achter den voorsprong der eerste verdwijnt. Onrustig en verward zijn ook de tympanvullingen l). Door hun zwaar relief storen zij de architectuurlijnen. Heel deze opzet heeft iets weifelends in de hoofdlijnen, al behooren de portalen zelf, met hun heerlijke figurenreeks, tot het schoonste wat de Gothiek heeft voortgebracht. Buiten schaal zijn ook de miniatuurblindbogen aan het even zichtbare lijf der contraforten en ook de topgevel

') Deze zijn in lateren tijd aangebracht (Viollet-le-dic). evers, Architectuur, II.

9