is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samenstel van ajour-ge werkte wiml tergen, luchtbogen, pinakels en baldakijns. Ook de transeptgevel vormt met de krachtige, rijk bekroonde contraforten van liet schip een goed aaneengesloten geheel. Alleen het benedengedeelte van dezen gevel is door den uitbouw der kapellen eenigszins ontsierd x).

De voorgevel, in zijn geheel genomen, is het minst belangrijke deel van liet monument, ondanks zijn grootte en rijkdom (tig. 106). Met zijn ongelijke torens, verschillend van hoogte, vorm en stijl maakt hij, als geheel, geen rustigen indruk. Eenheid en juiste verdeeling ontbreken in het bovendeel. Het schema van den Parijschen gevel, in Reims zoo glansrijk ontwikkeld, komt hier tot onvolkomen uiting. De hoofdmotieven missen artistiek verband en zijn onsamenhangend naast elkaar gesteld. Alleen de benedenbouw met zijn schoone portalen en interessanten trap-aanleg is van monumentaal, waardig karakter (tig. 137).

De bouwmeester was hier, wegens het hellende terrein, voor een groote moeilijkheid gesteld. Hij moest den aanleg van een doorgaande trap ter volle gevelbreedte, zooals te Reims, vermijden, omdat het verdwijnen der benedentreden in den scheven grondslag van ongunstige werking zoude geweest zijn. De moeielijkheid is opgelost door de geheele traphoogte in twee opvolgende plans met bordessen te verdeelen. Tot het eerste bordes voeren drie trappen, nl. één breede middentrap van acht treden, en twee smallere, schuin geplaatste zijtrappen van twaalf en vier treden, onderling door een steenen borstwering verbonden. Van dit bordes geleiden vier, ter volle breedte doorloopende treden tot de diepinspringende portalen. Zoo verkrijgt de gevel een breede horizontale basis. Zijne afzondering van de straat verhoogt liet indrukwekkend aanzicht. Statig verheffen zich nu de hooge portalen met hun figuren ter weerszijden van de toegangen geschaard en voortreffelijk is de perspectievische werking van dit geheel door de juiste hoogte ten opzichte der gezichtslijn.

Vijf jaar na den aanvang van Amiens werd te Beauvais de bouw eener kathedraal begonnen, die haar in grootschen aanleg moest overtreffen. Alleen het koor werd voltooid (1225—12(54). De wijdte van liet schip bedraagt 15,60 M., de kruinhoogte ± 50 M. Amiens diende ten voorbeeld. Dezelfde regelmaat kenmerkt den aanleg van de koorafsluiting en den kapellenkrans. Doch de bouwmeester trachtte het werk van zijn grooten voorganger te overtreffen, niet alleen door ruimeren aanleg en grootere hoogte, maar ook door lichtere constructie en directe verlichting van den kooromgang (fig. 107 en 108).

Hij bouwde liet schip op lichtere pijlers en verminderde hun aantal dooide traveeën dieper te maken, zoodat de planvorm der gewelven uit gelijkvormige rechthoeken bestaat. De kapellen verkregen minder hoogte dan de

') Deze zijn later aangebracht.