is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de hoeken door vlakke, bovenwaarts versmallende lisenen afgesloten. Krachtig wordt ook het front van koor en transeptarmen door een lioogen, statigen top bekroond, en spreekt evenzoo de muurdikte aan den diepen, schuinen dagkant der rond- en spitsboog-ramen van beneden en middendeel. De vlakke nissen in den top vormen, met bet klimmende spitsboogfries van de daklijn een rijke bekroning van het gevelveld. Eenvoudiger, doch in gelijken geest, zijn de aansluitende zijgevels behandeld.

Het ernstig karakter dezer gevels sluit een vrije, ongedwongen opvatting en natuurlijke bevalligheid niet uit. Hiervan getuigt de schilderachtige verdeeling der blind-arcaden, wier assen achtereenvolgens verspringen al blijft hun ti reed te ongeveer dezelfde. Vol afwisseling is ook de samenstelling der drie toppen, zoowel door de groepeering der blindbogen, als door den vorm der onderdeelen, lisenen en kolonetten. Eentonigheid en dorheid zijn daardoor vermeden en het geheel heeft nog de naïeve poëzie, aan sommige Romaansclie monumenten in Frankrijk en Italië eigen !). Op grond van den volrooden, rijkgeschakeerden baksteen heeft deze Groninger kerkarchitectuur een zuiver oorspronkelijk karakter verkregen. Het kloeke formaat der „kloostermoppen" verhoogt zeker het krachtig aanzien2). Er is met talent van het ietwat ruwe, primitieve, doch degelijke en sehoone materiaal partij getrokken, zonder aanwending van glazuur, enkel door sober gebruik van profilsteen voor lijsten, kolonetten, kapiteelen, basementen en kraagsteenen.

Door dit monochroom karakter en door de stelselmatige toepassing van het koepelgewelf onderscheidt de Groninger kerkarchitectuur der Gothiek zich van die in het naburige Noord-Duitschland, reeds vroeger vermeld (pag. 214).

De kruiskerk te Stedum, ten N.-(). van Groningen, is door vorm en grootte nauw aan Zuidbroek verwant. De vierkante traveeën van het ruim, de transeptarmen en ook de rechthoekige koortravee van den eersten aanleg zijn met achtdeelige koepels overwelfd. Het koor is in de 15e eeuw met een polygonale afsluiting vergroot. Aan de westzijde in de as van het plan staat een vierkante zware toren met een steil zadeldak afgedekt, een type dat in deze streken veel voorkomt. Door herstellingen van lateren tijd heeft het uitwendige de zuivere stijleenheid, die Zuidbroek zoo zeer kenmerkt eenigszins verloren. Toch zijn de gevels zeer merkwaardig door de schilderachtige verdeeling en groepeering van blindbogen en ramen en de sehoone schakeering van den baksteen. De kerk maakt met haar zwaren toren, te midden van het hooge geboomte, een stemmenden indruk.

o. a. De kathedraal te Angoulême (fig. 118); de Dom te Pisa e. a.

2) Hun lengte is gemiddeld 33 c.M., de breedte 16 c M., de dikte ± 10 c.M. De breedte der voeg bedraagt tot 2 c.M.