is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERSIERING.

beneden en bovenwaarts door emblemen of symbolen nader toegelicht. De voorstellingen, aan Bijbelsche verhalen, heiligenlegenden en het dagelijksch leven ontleend, worden door een bloem of bladrand omlijst. Schoone typen bezit de kathedraal te Chartres 1), vele van rijk koloriet hoewel slechts uit enkele kleuren saamgesteld. Vooral liet domineerende blauw is lner van

heerlijke werking.

Inde tweede helft der 13e eeuw en daarna verliest liet glasraam zijn sTootsch, decoratief karakter. De neiging tot rijke detailleering, in de architectuur van dien tijd kenbaar, openbaart zich ook hier. De groote lichtopeningen door steenen stijlen verdeeld, worden ingenomen door kleine figuren op rijen, boven elkaar of terweerszijden van een hoofdgroep geschaard en onderling door een decoratief architectuur-kader gescheiden. Heel de rijke vormenschat van spitsbogen, wimbergen, baldakijns, nissen, Men, kruisbloemen, hogels, enz. is tot een sierlijk lijnensamenstel op het raam aangebracht, dat nu door detai overdaad vaak onduidelijk, vermoeiend werkt. Bovendien gaat, door modelleering der figuren, vaak het vlak decoratief karakter en doorschijnend aanzien van het glasraam te loor. Enkele glasramen, uit dezen tijd bevinden zich in de kathedralen van Chartres, Parijs, Beauvais, Amiens, Keulen e. a.

Economie leidde soms tot een eenvoudige uitvoering enkel in toon, liet zoogenaamde grisaille, bestaande in ongekleurd ornament op zwart gearceerden achtergrond. Beide systemen worden ook vermengd aangewend.

De krachtige polychromie van het glasraam leidde vaak tot gedeeltelijke of geheele beschildering, al naarmate het kerkruim van deugdelijke of grove steen was gebouwd. In het eerste geval bepaalt zij zich tot ophooging in kleur van de hooggeplaatste architectuurdeelen, zooals de zuil- en pijlerkapiteelen, de sluitsteen der gewelven, niet den ribaanzet. In het laatste ge\al wordt' de muur vlak in toon behandeld, soms niet steenverband bewerkt, in vakken verdeeld, met decoratieve galerijen en vlak gestyleerde draperieën of figuurschilderingen verrijkt, Sommige kapellen, o. a. van het koor te Amiens vertoonen hiervan schoone fragmenten. Meander en golflijn, acanthus, palmet en rozet, verder bladvormen aan de inheemsche flora ontleend en op geometnschen grond verdeeld, vinden dan als banden, friezen en vullingen veel aanwending. De gewelfvelden zijn soms in lichten steentoon bewerkt, of met engelenfiguren op lichten grond versierd, ook wel geheel in blauw met gouden

sterren bezaaid.

De platen lil en IV geven een denkbeeld van Gothische versiering.

Plaat Hl stelt verschillende gewelfschilderingen uit de 13e eeuw voor. Fig.

1 en 2 zijn sluitsteenen uit de kathedralen te Heinis en Bourges; 3 en 4

') Zie Gailhabaud. Deel I, III, V.