is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T)K RENAISSANCE IN ITALIË.

bevinden zich op verschillende hoogte (hg. 310). T)e kei 11 der muien is baksteen, hun bekleeding Travertinersteen. Door grootte en schoonheid, stoute opvatting en lichte structuur overtreft deze koepel alle werken op dit gebied.

Talrijke centrale koepelruimten op kleine en groote schaal ontstonden tijdens dezen machtigen bouw in geheel Italië. Reeds in 1508 bouwde Bramante de fraaie, ruime kerk te Todi x), bestaande uit vierkante kruisbeuk met koepel en direct door absidale kruisarmen omsloten (fig. 311). Evenzoo in 15IS de kerk S. Biagio bij Montepulciano van A. San Gallo, in plan een Grieksch kruis met korte, rechte armen en halt' rond koor (fig. 312).

Verder bestaan nog verscniuenae koepelkerken van eenvoudigen of meer ontwikkelden grondvorm.

Tot deze behoort de schoone kerk 8. Carignano in 1552, dooiden reeds genoemden bouwmeester Alessi, Micliel Angelo's leerling, te Genua (fig. 313). Het hoofddenkbeeld van de S. Pieter, een Grieksch kruis met centralen koepel door een vierkant ruim met kleine koepels in de hoeken omsloten, is hier op zelfstandige wijze toegepast.

Evenwel blijft gedurende het tijdperk der laat-Benaissance het centrale koepelruim niet alleenheerschend. Als uiting der tegenhervorming, na het concilie van Trente (1563), ontstaat een nieuwe beweging in de kerkelijke archi¬

tectuur, die, hetzij uit traditie-trouw, hetzij uit behoefte aan grootere ruimteontwikkeling of vrij eren aanleg van kapellen en zij ruimten zich kenmerkt door een terugkeer tot den langwerpigen, basilicalen grondvorm. De verlenging van de 8. i'ieter's kerk zelf is hiervan reeds een gevolg. Het centrale stelsel blijft daarbij tot koor en koepel beperkt, het schip wordt verlengd en op verschillende wijze, in gelijke of afwisselende pijlerarcaden verdeeld en dooi een tongewelf met steekkappen, koepels, of afwisselend door beide, overdekt.

') Volgens E. Müntz zoude deze kerk niet door Bramante maar door Caprarola zijn uitgevoerd.