is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RENAISSANCE IN DE NEDERLANDKN.

genomen door een groot gebeiteld stadswapen op gedrapeerden grond en een allegorisch tegeltafereel van modernen tijd. Kenmerkend Hollandsch is ook hier de vrije plaatsing der bovenpilasters, in de raamas. Decoratieve eindigingsvormen, obelisken en hoekflguren voltooien de kloeke silhouet.

°In tegenstelling tot de twee vorige typen is liet fraaie raadhuis te Franeker een speciale uiting van baksteenarchitectuur (tig. 301). De beide vlakke gevels van liet hoekgebomv, uit hoogen onderbouw en twee verdiepingen saamgesteld, hebben een doorgaande verdeeling van kruisramen, met ellipsvormige blindbogen afgedekt. De rijzige trapgevels aan den hoek vormen met den luchtig opengewerkten, houten klokketoren een levendige goed aaneengesloten massa. Hoewel jonger dan de beide vorige gevels, doet de Gothische invloed zich toch meer gelden. De inspringende omlijsting van deur en ramen, de smalle cordons, de hoekspuier, de middenpijler van den trapgevel, de torenbekroning spreken hiervan. Ook hier verspringen de raam-

assen in den topgevel.

Sober is de versiering. De sculptuur bepaalt zich tot het ingangsmotief met de sierlijke hermesfiguurtjes, in den trant van Vredeman de Vries, de wapens en opschrifttafel, de figuur der Gerechtigheid in den topgevel, de fijne arabesken en koppen in de friezen. Steenen blokken 0111 ramen en aan hoeken, groote gesmeede ankers en kleurige vensters verhoogen bovendien liet levendig

karakter der gevels.

Het einde der 16® en liet begin der 17e eeuw kenmerkt zich door

een krachtige bouwbeweging in verschillende Hollandsche steden. Dank zij Oldenbarnevelt's krachtig politiek beleid en den ondernemenden handelsgeest ontstond daar een tijdperk van grooten maatschappelijken bloei, die den uitleg van steden, zooals Haarlem, Leiden en vooral Amsterdam ten gevolge had.

Twee groote bouwmeesters, de Key en de Keyzer, stadsbouwmeesters van Haarlem en Amsterdam, treden nu tegelijker tijd met talrijke voorname werken op en verkrijgen grooten invloed op de architectuur van hun tijd.

Lieven de Key, een Vlaming uit Gent, (1560—1627) trok wegens geloofsvervolging naar Londen (1580—'91), vestigde zich daarna te Haarlem en werd na twee jaar (1593) tot stadsbouwmeester benoemd. Verschillende publieke gebouwen, waaronder de S. Joris of Schuttersdoelen, (1592) de Waag, (1598) de Vleeschhal, (1607) het Gasthuis, de S. Anna-toren, (1612) vele woonhuizen, meerendeels nog aanwezig, zijn zeer waarschijnlijk van zijne hand of uit zijne school. Tevens bouwde hij te Leiden liet Rijnlandshuis, vermoedelijk de Stadstimmerwerf, (fig. 351) liet Weeshuis, allen in kloeken baksteentrant. Vermoedelijk is hij ook de ontwerper van liet Leidsche Raad-