is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de renaissance in de nederlanden.

punten krachtig door rustica-opzet versterkt. De hooge Hollandsche trapgevels, hun strakke omtrek door organisch verbonden klauwstukken verzacht, omsluiten contrastvol en rustig de zwierig Vlaamsche toppen van den zijgevel (tig. Zonder storende onderbreking der hoofdlijnen groeien deze als uit den gevelmuur op. De groote moeielijkheid, om deze drie gelijksoortige motieven van verschillende grootte en vorm harmonisch in een bestek te vereenigen

is hier glansrijk overwon¬

nen 1).

De geheele samenstelling getuigt van reëelen architectiuirzin door het sprekend verband van muren en openingen ; abstract decoratieve pilasterordonnantiën vinden hier slechts een ondergeschikte plaats. Alle architectuurdetails, kordons, consoles, lijsten zijn van kloeke hand. Met de toepasselijke versieringen, wapens, stier- en ramskappen, obelisken en cartousclien brengen zij een rijke reliefwerking te weeg.

De Vleeschlual van Haarlem vertegenwoordigt het hoogtepunt van de Key s

krachtig, oorspronkelijk talent, en tevens van de schilderachtige Hollandsche

, „ rj t . . baksteenarchitectuur uit den

Fig. 368. Het Huis met de Hoofden, naar teekening van

wijlen a. N. Godefroy, architect. bloeitijd dei Renaissanc e.

Talrijke gebouwen uit

liet begin der 17® eeuw behooren tot dezen typisch Hollandschen bouwtrant, In Haarlem zelf verschillende woonhuisgevels, de Noordvleugel van het Raadhuis aan de Zijlstraat, de fraaie 8. Anna-toren 2); in Leiden het Burgerweeshuis, de schilderachtige gevel der Stadstimineiweit aan het Galgewater (tig. 351), de Latijnsche School en verschillende lieeien-

') O. a. veel beter dan aan de topgevels van het Rijnland's huis te Leiden.

a) Zie de fraaie Monografie: Oude gebouwen te Haarlem door J. A. G. v. d. Steur. B. I.

') O. a. veel beter dan aan de topgevels van het Rijnland's huis te Leiden.

a) Zie de fraaie Monografie: Oude gebouwen te Haarlem door J. A. G. v. d. Steur. B. I.