is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HENDRIK DE KEYZEE.

uit een groot rechthoekig binnenplein omsloten door een Dorische arcadengalerij, een verdieping van Jonische pilasters met alterneerende ramen en nissen.

De Keyzer's voornaamste werken ontstonden vooral in zijn laatsten tijd (1015—21), na Amsterdain's definitieven uitleg van 1612. Nieuwe, lioogere eischen werden toen aan den woonhuisbouw gesteld. De bescheiden burgerwoning, liet smalle winkelhuis niet houten pui en luifel, lage, overkragende verdiepingen, in eenvoudige baksteenarchitectuur, was den vermogenden groothandelaar niet genoeg. Zijn groot bedrijf eischte een ruimer gebouw, bevattende pakhuis, kantoor en woonhuis tegelijk. Het eerste in half sousterrein voor warenopslag, met ruimen toegang van den wal; liet kantoor in verhoogd parterre met arduinen stoep; de geriefelijke woning op een of twee verdiepingen daarboven, den zolder van lioogen topgevel met trijs

voorzien *) (lig. 369).

Deze practische gegevens vormen de zakelijke kern van het Amster«lamsche koopmanshuis, welks gevel de Keyzer s meest verdienstelijke en oorspronkelijke schepping is (tig. 364). Zijn rijk architectuur-schema van blindboogtraveeën is uit de blindboograinen van den eersten tijd ontwikkeld (tig. 367). Op den rustieken steenen onderbouw der kelderverdieping staan, axiaal verdeeld, de boogtraveeën in strekschen-, segment-, trapezium, korfboogof half ronden vorm. Zij worden gedragen door enkele, gekoppelde pilasters of vlakke baksteenpijlers met bandverdeeling ter hoogte van den middendorpel van het kruisraam en met een Dorisch kapiteel bekroond. Op de drie middentraveeën verheft zich een statige, klassiceerende top, ter weerszijden door de strakke trapgevels der zijmuren ingesloten. Het „Huis met de hoofden" 2), de meest typische uiting op dit gebied, spreekt door zijn kloeke afmetingen, zijn rijk en schilderachtig organisme van lijn en kleur, zijn practischen zin, als het waardig verblijf van den vermogenden Amsterdamschen groothandelaar der 17e eeuw.

De Keyzer toont zich hier meester in de samenstelling van het geheel en de detailleering. Met veel talent zijn de klassieke ordonnantiën beheerscht en zelfstandig verwerkt. Lijstwerken, kapiteelen, basementen, van Toskaansche, Dorische en Jonische origine, zijn onberispelijk strak en fijn van teekening. Eigenaardig, in den trant van Vredeman de Vries, is de bekroning van liet zijportaal niet gebogen tries in Dorisch karakter,. \ ol leven en klem zijn de kleine gebeitelde koppen op sluitsteenen en banden. Alleen de zware „Hoofden" op de benedenpijlers, met wijnloof en korenaar getooid, misschien als

ij Zie de uitvoerige beschrijving in het reeds genoemde werk : Dr. G. Galland, Geschichte der holliindischen Baukunst und Bildnerei 1890.

') Thans zorgvuldig gerestaureerd en tot muziekschool ingericht.