is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEEN KAKAKTEH

ongevoeld, zonder artistieken samenhang wordt een steenen borstwering in zwierig flamboyant karakter door klassieke lijsten ingevat (fig. 391). In schril contrast staan schraal geprofileerde ramen of poorten in grillig laat-gothischen gordijn- *) of strengen segmentboogvorm naast vól-klassieke zuilstellingen. Daarbij kenmerken zich de Duitsche bouwwerken vaak door onzuivere verhoudingen, grove, onbeschaafde detailleering, onjuiste schaal der onderdeelen en overlading waardoor de stijl de voornaamheid en verfijning der Italiaansche

en Fransche architectuur mist.

Deze minderwaardigheid komt voort uit de onvolkomen ontwikkeling der Duitsche bouwmeesters, handwerkers van beroep, aan wie het compositie-beginsel, de klare stelselmatigheid, de vormzuiverheid der Italiaansche kunst vreemd waren.

Breed ontwikkelde, baanbrekende talenten heeft de I)uitsche architectuur der 16e eeuw niet gekend en haar bouwmeesters vormen den overgang van handwerksman tot kunstenaar. Hun zeer talrijke werken zijn over 't geheel van burgerlijk karakter. Zij bekoren door levendige, effectvolle samenstelling, naïeven humor, doch missen meestal innerlijke diepte, zuiver, doorwerkt organisme, verfijnde factuur. Zoo draagt dan het rijke tijdperk der Duitsche Renaissance niet den stempel van hooge kunst.

Enkele der voornaamste typen mogen dit nader doen zien.

Vorstelijke verblijven. Behoudens geheel klassieke werken van Italiaansche architecten, zooals de residentie te Landshut (Beieren), het Belvedère te Praag (1536), beide van regelmatigen aanleg in Hoog-Renaissancestijl, zijn de Duitsche kasteden doorgaans uit den feodalen burcht ontstaan, en van defensief karakter. Het onregelmatige, schilderachtige slotplein, met of zonder galerij, traptorens in de hoeken en topgevels, is de artistieke kern.

Van pikante werking is de binnenplaats van het kasteel te Stuttgart (1516), deels door ietwat zware segmentvonnige booghallen omgeven. Merkwaardig was het voormalige, afzonderlijke lustslot, een feestzaal van statige afmetingen

en rijke versiering, thans verdwenen 2).

Het hoofdwerk op dit gebied is de beroemde ruïne van het Heidelberger slot, romantisch tegen den lioogen bergrug geplaatst en heel het dal beheerschend. Romantisch schoon is ook liet ruime slotplein, schilderachtig door hooge gevels van de 15e tot de 17® eeuw omsloten (tig. 385). De twee voornaamste, de Oostvleugel van den keurvorst Otto Hendrik (1556— 59) en de Noordvleugel (1601—'07) van Frederik IV belmoren tot de beste scheppingen der

•) Deze grillige raamvormen der laat-Gothiek ontleenen hun naam aan de overeenkomst

met opgehangen gordijnen (fig. 384).

») Goede afbeeldingen in: Denkmaler deutscher Renaissance von O. Fritsch. 4 Bande.