is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UK lf' KKl'W.

Ook li. H. Eberson, in* Fransche school gevormd, behoort nog tot dezen eersten tijd van herleving. Reeds als prijswinnaar bekend in de periodieke wedstrijden van de Maatschappij van Bouwkunst, verkreeg hij, sinds zijn vestiging te Arnhem (1851) een drukke praktijk in deze omgeving door den bouw of den herbouw van kasteelen, buitenhuizen, gestichten enz. meerendeels in vrijen Renaissancegeest, met Fransche herinneringen vermengd.

Trouwens kenmerkt zich het

Eclectisme van heel dit tijdperk nog door onvaste esthetiek, al heeft de slaafsche nabootsing der klassieke kunst reeds plaats gemaakt voor streven naar juiste uitdrukking overeenkomstig doel en bestemming.

Xaast dit Eclectisme op profaan gebied openbaart zich allengs een krachtige herleving van de katholieke kerkekunst. De beweging ontstaat na het herstel van de R. K. hiërarchie hier te lande (1853), en Utrecht, de zetel van het aloude episcopaat wordt aanvankelijk het centrum dezer beweging. v) Ten einde nu de kerkekunst uit haar verval op te heffen en in den kerkbouw der verschillende diocesen, zoo-

Fig. 500. Kerk van het Heilige Hart. veel mogelijk eenheid, vaste

richting te verkrijgen, stichtte de kunstzinnige abt-archeoloog Van Heukelum liet S. Bernulplmsgilde (1869), een kunstkolonie van geestelijken, leeken en kunstenaars bij den bouw en de inrichting der talrijke kerken betrokken. In deze Stichtsche confrerie leeraarde de geestdriftige leider „dat een Koomsche kerk gothiek moest wezen in navolging der goede voorbeelden van de 15e eeuw."

A. Tepe te Utrecht werd de voornaamste bouwmeester dezer strenge

') Zie: de Katholieke kerken in Nederland reeds genoemd.