is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hein groef snel, krabbelde met zijn handen in de vochtige aarde, en Bet liep rond, stond op uitkjjk, net als de vorige keer. Maar hoe Hein ook de natte grond omwoelde en doorzocht, het papiertje en het dubbeltje vond hy niet.

— Heb je 't nou nog niet... gauw dan toch, snibde en snauwde Betje.

— 't Is er niet meer!

— Je liegt, schreeuwde ineens Betje, die dacht dat hij 't voor zichzelf wilde houden.

— Zoo, nou zoek dan zellefl

Ze grabbelde nu ook even in de grond, maar veel te bang, te haastig, gaf ze het dadelijk op en smeekte:

— Zoek jü nog eens.

Ze zochten wel een uur lang, om de beurten, soms met hun beiden tegelijk, de grond zenuwachtig omwoelend. Vaak moesten ze wegkruipen, als ze dachten dat er menschen aankwamen en begonnen opnieuw.

Eerst, toen 't donker alles vulde en ze rondom niets meer konden zien, gingen ze armelijk en neergeslagen heen.

's Avond kregen ze ongesjeneerd op hun tabberd, omdat ze maar negen centen thuis brachten.

De moeder troefde erop los, zij had niets in huis.

— Late we wegloope, oproerde Hein.

— Dat durf ik niet, klaagde Bet.

— Nou, ma'r, ik kom niet meer bij haar werom.