is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Maar Heintje-lief, doe dat niet. Ze zal mij doodslaan.

— Nou, ga dan mee! Ik zal 't wel rooie.

Dat durref ik niet, klaagde ze weer. De volgende week of de andere maand dan — als ik wat

grooter ben geworde.

— Da's gekheid, dan kan-je 't nou ook. Je groeit

toch niet in een week.

Nou, in een maand toch well

Ze kibbelden en monkelden er nog lang over na. Kleine Bet durfde niet, sloeg aan 't huilen. Ze riep maar:

— Als ik zoo groot ben als jij Heintje, dan ga ik mee.

En ook z\jn durf zonk. Als hij haar achterliet, zou zij alleen de slaag oploopen.

VII.

Een week ging lamlendig en verdrietig om. Ze bedelden elke dag het lange lijstje af. Kwaadaardig voelde hij zich omdat Bet niet durfde met hem weg te loopen; haar alleen achterlaten wou hij ook niet. Haar schuchteren en aarzelen ontnam hem nu zelf de moed. Echt belabberd vond hij het en hij kon wel huilen van ellende.

Kleine Bet, miezig en in elkaar geschrompeld, keek hem aan met bedeesde oogen, waarin al haar angst en vrees voor de waagpartij stond te lezen.