is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ja gerus' moe, ik weet 'et vast! kraaide ze opnieuw.

Vrouw De Kam met haar kippige oogen wat slecht van gezicht, geloofde het nog niet, vergewiste zich eerst, in alle sekurigheid. Zenuwachtig zei ze:

— Stil toch kind!

— Ja gerus' moe ... ik weet 't zeker, zie dan toch, kraaide ze nog luider.

Van alle kanten kreeg vrouw De Kam een ruk en een stoot; wie niet het nummer had, vond langerbljjven onnoodig, drong haar voorbij. Maar ze liet zich niet verdringen, duwde met haar achterste terug; ze moest duidelijk zien — en nu las ze het ook, got-ja!

De koopman schreeuwde aldoor feller het nummer uit, schor, bijna heesch, en z\j wrong zich nu naar voren, stak de handen op naar de bloemenmand, wilde het opgetuigde, bestrikte schip dadelijk naar haar toehalen in begeerigheid.

Maar de koopman betoonde zich niet zoo grif en toeschietelijk hield van pralen, eerst moest-ie nog 'n schoone toespraak houden voor hjj 't gaf. Ze greep al weer er naar, gretig met al haar tien vingers, doch hfj gaf het nog zóó niet af en begon zijn oratie.

Onwillig stond ze erbij, hoorde in 't geheel niet naar wat de koopman zei. In haar begeeren naar het eeriyk-gewonnene had ze daarvoor geen ooren. Volkomen streek het over haar heen, dat hij verzekerde de volgende week vast-en-zeker terug te