is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anne hebben kunnen koopen. Nou viel er geen denken aan in d'eerste tijd. 't Moest alles weer van haar enkele stuivers daags komen, en als zij uit schoonmaken ging, kon 't niet anders of het kind diende thuis te blijven om het werk af te doen!

VIII.

De late zaterdagavonddrukte was ingekrompen en de straat en ook het huis met zjjn wit-gekalkte, zwart-beteerde gangen, werd weer doods en stil. Nu en dan klonk ergens een kreet óp of een ver gerucht suisde door de avondleegte. De ellende die ze aanstaande zag viel nu-al als een steen op haar neer. In de wrakke stilte, gekomen na 't fel rumoer, voelde ze zwaar de zwarte eenzaamheid om haar heen.

Wat moest er van Anne worden? zoo ging het door haar hoofd. Vroeger bestonden er nog mevrouwen die de meiden in de kleeren staken en voorschot gaven op de dienst. Maar kom daar nou eens om, een kind moest dadelijk al van onder tot boven in de goede spullen zitten, en waar haalde je dat vandaan ? Zonder werk, zonder werk!... Zoo ging het een geheel jaar door! Als ze even op streek raakte, was het al weer gedaan; je kon nooit op de dag van morgen bouwen, ach, gottegot! Dof peinsde ze zich, ze zag geen uitkomst. Alles, alles bleef zwart!

Dan hoorde ze weer gerucht, voetgeschoffel aan de deur. O, hjj was d'eral! Zoo vroeg... ? Ze dook haar