is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diepte zich weer in zyn krant, die hy daarstraks zelf aan de kiosk haalde. Hij had zich toen ook een borrel gekocht... als ze nou maar niet te dicht onder zijn adem kwam, dan rook ze 't en dan werd het bepaald ruzie, ze kon de drank niet uitstaan. Zeker, 't zaakje hing niet in de haak, dat hy zoo nu en dan er eentje stiekem pakte. De verdiensten kwamen van haar, ze hield de boel bijeen, maar hy kon er niet buiten, zonder een opkikkert] e zakte hy heelemaal in elkaar. Eén enkele borrel, die hield hem op de been, anders ging alle moed d'eruit. Totnutoe bezat-ie nog 'n snabbeltje apart, kon-ie wat achterbaks houden, nou raakte dat gedaan, 't was op en nou moest-ie afwachten dat zy hem iets gaf. Dat vond-ie wel erg. Kon-ie in 's hemelsnaam iets vinden al was 't als loopknecht, maar och niks stond er weer in de krant.

Moedeloos pakte hy het vettig-bedrukte, dun-klaterend dagblad op en neusde alle advertentiën door. Maar daar schoof ze met haar lang, houterig lichaam voor hem heen, zoodat hy geen lettertje kon zien; z^jn oogen staarden blind tegen haar strak-harde rug als tegen een muur. Dat maakte hem nog kribbiger. Gewoon niet om te doen, meende hy. Z'n plaatsje zocht hy juist hier tusschen het raam en 't zeskante potkacheltje om uit de verdrukking te wezen en haar niet in de weg te zitten, 't Was er ook warm en niet te ver van de lamp die als altyd slecht brandde. En telkens, alsof zy 't erom deed, dwarrelde ze voor