is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze voelde dit minder dan ze 't zag,'t gaf haar alleen een angst voor gevaar van onder de wagens te kunnen raken, 't maakte haar weer wankel en duizelig ook. Maar de koetsiers weken behoorlijk uit en stuurden allen naar een zelfde kant, zoodat z\j niets hoefde te vreezen, en terwijl ze zoo voortging wou ze wel lachen om haar eigen bangheid, zij, die voor een paar uur zich van kant wou maken. Wat was een mensch toch een wonderlijk mengsel en van waar kwam die angst om niet uit 't leven te durven scheiden ?

Zij stapte nu flink aan, maar in 't sneeuwdrab van de straat moest 't vanzelf weer sjokken worden. Haar gedachten namen dezelfde maat als haar voeten, 't ging op en neer, aldoor van voren af aan. Een mensch maakt zichzelf het leven lastig, waarom dan toch? Eerst doe je moeite elkaar te vinden en dan om van elkander af te komen; je draait als een tol in 'n kringetje rond. Die dominee ... wat zei dominee ook weer? Ze wist het niet. Een schande, ze had er niets van gehoord. Als ze naar hem toeging om raad te vragen, ja, maar dan moest ze een enkel woordje kunnen zeggen over z'n mooie preek. Nee, naar hem ging ze niet... ze had niets er van vastgehouden, ze zou gaan naar een ander, naar haar eigen dominee... 't Was een idee,... die kon haar redden ... misschien kon het aan vaste werkhuizen helpen. In elk geval moest ze iets doen, het rondslenteren in de natte sneeuw maakte haar al te lamlendig.