is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hem daarom alles tegensloeg, zoodat ze moest schipperen en wat meer door de vingers zien. Best mogelijk! Maar lag het dan aan haar, als hij dronk en niet verdiende ? Ze ging uit wasschen, wou alles voor lief nemen, alléén ze kon tegen 'n man niet aardig, niet aanhalig doen, als ze 't niet meende. Ze was nu eenmaal zóó en niet anders!

De moeheid, die ze bij de Hesselaars even vergat, zette weer op, dwong haar tot al-langzamer en tragelijker gaan. Een knagend wee, waarvoor ze geen woorden had, omgolfde haar; ze voelde zich zóó klein, zóó klein, als platgeslagen, 't Viel haar onnoemlijk zwaar tot haar ouwe doen terug te keeren. 't Liefst ging ze maar dadelijk dood. Waarvoor, waarom leefde ze? Haar bestaan had geen doel, geen reden!

Twijfel-traag liep ze voort tot aan de gracht, dicht bij haar straat, en ze bleef weifelen. De goed-bedoelde redeneeringen van Greet en Hesselaar hadden haar geest van verzet wel wat neergedrukt, maar haar nog niet overtuigd, — en de herinnering aan 't zoet geteem van dominee dat haar eerst kalmeerde, ergerde haar nu, riep nieuwe wrevel op. Wat haar 't meest huiswaarts droeg, dat waren haar moeë voeten, die vanzelf de terugweg insloegen.

De zondagstad woelde nu druk, vol uitgaande menschen, die een breede ruimte noodig hadden, 't Vroor hard. De sneeuwvoren lagen gestold tot richels ijs, die splinterden en kraakten onder de haastig-gaande