is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Minstens dacht hy een geest te zien verschenen, doch er kwam niets.

Na een oogenblik hoorde hy gekrabbel, — en nu vermoedde hy wat 't was. 'tKon de kat wel wezen. Waar was die gebleven? Daar zag hy de witte kop door de deurgleuf steken... h*j herademde.

De poes schuchterde binnen, miauwde vragend, voorzichtig, tippelvoette kleintjes op hem toe, streek nu de hoog-opgezette rug tegen zyn knie. Hy dacht opnieuw aan gisteravond, en 't huilen overweldigde hem, hy kon niet bedaard hier blyven zitten.

Om die huilkramp te ontgaan stond hy ijlings op, zei: — Ja poes, 'k zal es kyke of er wat voor je is! Een restantje melk vond hy in de kast, goot het op een schoteltje, deed wat water erby. Hy had moeite het zonder storten op de grond te zetten, zoo snorde de kat om zyn handen en beefden zyn eigen vingers.

Het roode kattetongetje hevelde dadelijk gretig over 't volle bordje en even pakte hem dat. Vol aandacht zat hy daarnaar te kyken.

't Schoteltje raakte leeger, al leeger. De kat likte weg de laatste druppels, bleef vragend kyken, miauwde weer.

Ja poes, 'k heb niet meer!

Zyn eigen stem klonk hem schril en vreemd, zoo vreemd alsof die van ver-weg kwam.

De poes liep eenige keeren rond, de kop en staart omhoog, alsof ze zocht.