is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI.

In de witkalkige gasthuiszaal, eerst weken later, kwam hjj tot kennis terug.

By 'teerste, flauwe oogenopenen voelde hy de blanke, gedempte rust als iets koels, oneigens, een stijve strakte buiten hem om. Zyn lichaam leek niet van hem zelf te zyn, eêr een slap ding dat naast hem, ergens anders lag; in zyn hoofd, dof en zwaar, drongen niet dadelijk gedachten door. Met halfgesloten, nog verduisterde blik, staarde hy blind, zelfverloren in de witte blankte, die hem omgaf, — en langzaam-aan merkte hij eerst de omgeving, de vele andere bedden, waarop zieken, evenals hy, uitgestrekt lagen. Waar was hy toch? in deze wereld of in een andere? Wat gebeurde er met hem, wat hadden ze met hem uitgevoerd, dat hy nog leefde, dat hij weer hoorde en zag? Een poos lag hij zoo stil te kijken tot hy vaag begreep, dat hy in een ziekenhuis was.

Een zuster stevende stemmig aan. 't Verwonderde

232