is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopt leerboek der geschiedenis van het vaderland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vredesbepalingen. Bij den vrede werd de Republiek als een onafhankelijke staat erkend. Elk der partijen behield het veroverde gebied; sedert het Bestand hadden wij dus gewonnen Den Bosch met de Meierij en Maastricht, dat met omgeving als enclave in het Spaansche gebied gelegen was. De Schelde bleef voor zeeschepen gesloten, evenzeer het Zwin en de Braakman. In Indië mochten de Spanjaarden hun macht niet uitbreiden.

De Generaliteitslanden. De aan Spanje ontrukte streken buiten de Zeven Gewesten kwamen onder het bewind der StatenGeneraal. Zij bezaten niet, gelijk Drente, het recht zich zelf te besturen. De ambtenaren waren meestal gunstelingen van den Prins van Oranje of van invloedrijke personen in Holland. Vooral Brabant werd zwaar door belastingen gedrukt. Groote ergernis wekte het daarenboven, dat de Katholieken niet alleen van ambten uitgesloten bleven, maar zelfs geen godsdienstoefeningen mochten houden; zoo werd hun in Den Bosch ter wille van de weinige Protestanten de St.-Janskerk ontnomen. In Maastricht was de toestand beter voor de Katholieken; daar waren de godsdiensten gelijk gesteld; de Staten-Generaal deelden hier het gezag met den bisschop van Luik.

§ 31.

De tyd van bloei.

De handel. Dat ons land den strijd met het machtige Spanje tot een dergelijk einde had weten te brengen, was vooral toe te schryven aan den verbazenden bloei van handel en nijverheid. De vrachtvaart tusschen de verschillende staten was geheel en al in onze handen gekomen; zelfs de kustvaart in Frankrijk en Engeland werd door Nederlanders gedreven. Verschillende oorzaken droegen hiertoe bij: de vrijzinnige politiek der regeering, die aan vervolgden bescherming verleende, de overvloed van kapitaal, dat tegen betrekkelijk lage rente voor den handel beschikbaar was, de energie der kooplieden, de uitmuntende eigen, schappen onzer zeelieden. De handel was hier zoo vrij als nergens