is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopt leerboek der geschiedenis van het vaderland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevangenis ontsloeg en uit de steden verbande. Het platteland ondervond hiervan vooral den last. In de steden was de veiligheid veel grooter, hoewel ook daar het gebrek aan straatverlichting het plegen van misdrijven zeer gemakkelijk maakte. Iets beter werd het, toen men aan de verlichting althans eenige zorg besteedde, wat in Amsterdam op aandrang van Jan van der Heijden geschiedde, die door het uitvinden der slangbrandspuiten ook het brandgevaar verminderde. De gezondheidstoestand liet daarentegen juist in de dichtbevolkte steden dikwijls veel te wenschen over, waartoe de gewoonte om de dooden in en om de kerken te begraven, veel bijdroeg. Herhaaldelijk kwamen er hier dan ook hevige epidemieën voor, waardoor duizenden ten grave gesleept werden. De geneeskunde reikte daarenboven nog niet ver, vooral waar deze zooals op het platteland uitgeoefend werd door totaal onbevoegden, die dikwijls meteen barbier waren ').

De staatskerk. We zagen reeds, dat de Calvinistische kerk de staatskerk was geworden; uit haar leden werden, ook in zuiver katholieke streken, de ambtenaren gekozen. Het getal der Calvinisten was nog niet groot; in den tyd van Leicester schatte men hun aantal op slechts een tiende der bevolking. Sedert dien tijd waren in de oostelijke en noordelijke gewesten velen voor de nieuwe leer gewonnen; toch was bij het begin van het Bestand nog 2/3 der bevolking katholiek.

De andere protestantsche secten stonden in veel opzichten bij de Calvinisten achter; de kosten van hun eeredienst werden niet uit de Staatskas betaald; hun bedehuizen moesten het voorkomen van gewone huizen hebben.

De Katholieken. Tegen het einde der 16de eeuw scheen het, alsof het katholicisme hier geheel zou verdwenen; na de onderwerping van Groningen aan de Unie ging binnen enkele jaren het geheele Noord-oosten van ons land voor het oude geloof verloren. Toen kwam er echter nieuw leven in de katholieke kerk. Men zocht te redden, wat te redden was. Onder leiding van Sasbout Vosmeer werden de verspreide aanhangers der kerk weer verzameld; geestelijken trokken door het land om overal in 't geheim godsdienstoefeningen te houden; vooral de

') Platen-atlas: Fig. 187, 188, 191, 193, 194, 195 en 196.