is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopt leerboek der geschiedenis van het vaderland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of lakennering, die van groote beteekenis bleef, waren door de Refugiés nieuwe takken van nijverheid ingevoerd. Op allerlei wijzen werden zij door de regenten gesteund; dikwijls werden industrieelen door voordeelige voorwaarden aangelokt om zich in een bepaalde stad neer te zetten; zelfs werden in sommige gevallen cm hunnentwil de strenge bepalingen van het gildewezen gewijzigd, zoodat op enkele plaatsen industrie op groote schaal ontstond. Vooral de zijde- en fluweel-industrie kwamen weldra tot grooten bloei.

I)e Oost-Imlische Compagnie. De Oost-Indische Compagnie zag in dit tijdperk haar gebied belangrijk toenemen, vooral onder Maetsuycker, van Goens en Speelman. De Portugeezen werden geheel uit Ceylon verdreven, zoodat de kaneelhandel het monopolie der Compagnie werd; langs de kusten van Perzië, Voor- en Achter-Indië werden tal van factorijen gesticht, evenzoo aan den Ganges. Ook in den Archipel zelf werden uitgestrekte landstreken veroverd; Makassar en Padang werden onderworpen; de sultan van Palembang moest het oppergezag der Compagnie erkennen; het rijk Jacatra en Samarang werden aan haar afgestaan door den vorst van Mataram, die meer en meer onder haar invloed kwam. Daarentegen ging het belangrijke Formosa voor de Compagnie verloren.

De Kaap-kolonie. Nog altijd bleef de reis naar Indië zeer moeilijk; de beperkte ruimte in de schepen en de slechte voeding deden dikwijls ziekte, vooral scheurbuik, onder het scheepsvolk ontstaan. Op raad van den scheepsdokter van Riebeeck werd daarom in 1652 een nederzetting aan de Kaap de Goede Hoop gesticht, waar men de schepen van versche levensmiddelen kon voorzien. Een kolonie te stichten lag echter niet in de bedoeling der Compagnie; toch zetten zich langzamerhand aan de Kaap eenige kolonisten neer, o. a. een aantal Hugenoten ').

Gevolgen. De uitbreiding van het gebied der Compagnie had ook haar nadeelige zijde. Van koopman werd zij nu landbezitter, wat enorme uitgaven met zich bracht; in 1662 had zij zelfs niet minder dan 25000 man in dienst benevens 140 schepen, die voor den krijg konden gebruikt worden. Toch kon

') Platen-atlas: F!g. 165 en 170; zie ook Fig. Ifi8.