is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopt leerboek der geschiedenis van het vaderland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tingen werden geschapen, is Rotterdam een der belangrijkste havens van West-Europa geworden.

Amsterdam. Minder vrijgevig waren de Staten-Generaal aanvankelijk ten opzichte van Amsterdam. Een voorstel om van rijkswege Amsterdam met de zee te verbinden, werd verworpen; daarna werd door de Kanaalmaatschappü met steun van de regeering en de stad Amsterdam het Noordzee-kanaal gegraven, dat later aan den Staat overgedragen is en nu aanmerkelijk zal worden verbeterd. Ook kreeg Amsterdam een verbinding met den Rijn, het Merwede-kanaal. Dank zij dit alles heeft ook de handel van Amsterdam zich krachtig ontwikkeld; na jarenlang stilgestaan te hebben, is hij in de jaren van 1876 tot 1898 tot op het vijfvoudige gestegen.

Rivierverbetering. Onze handel zou niet die beteekenis verkregen hebben, wanneer niet de Duitsche industrie in de Rynprovincie zich zoo verbazend ontwikkeld had. Belangryke sommen werden daarom besteed aan de verbetering der groote rivieren, ten einde een behoorlyke verbinding met Duitschland te verkrijgen.

De scheepvaart. Moeilijke tijden braken voor de scheepvaart aan, toen alom de zeilschepen door stoombooten vervangen werden. Ook op dit gebied bleef men hier lang achterlijk; in de jaren van 1860 tot 1870 verminderde het aantal zeilschepen belangrijk, zonder dat de stoombooten in aantal toenamen. Eeist na 1870 kwam hier in verandering: groote stoomvaartlijnen werden geopend; te Amsterdam werd de Maatschappij Nederland opgericht, die weldra een geheele vloot van stoomschepen in de vaart bracht; vooral de broeder van den Koning, Prins Hendrik, toonde een groote belangstelling voor de ontwikkeling der scheepvaart en werkte krachtig mee tot bevordering van onzen handel.

De industrie. Wij hebben gezien, dat de Twentsche industrie onder de beschermende vleugels der Handelmaatschappij niet tot krachtige ontwikkeling gekomen was: de invoer in Indië bepaalde zich tot calicot en ging geheel door de handen der Handelmaatschappij. Op den duur werd echter de toestand beter. Jonge Twentenaren bezochten het buitenland en gingen zelfs naar Indië om handelsbetrekkingen aan te knoopen. Naast de calicot werden katoen, linnen en jute gefabriceerd;