is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopt leerboek der geschiedenis van het vaderland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Crisis. Omstreeks het jaar 1875 brak er een moeilijke tyd voor den landbouw aan. Door het aanleggen van spoorwegen in het buitenland werden groote massa's graan op de wereldmarkt gebracht, waardoor de prijzen der producten zeer daalden. De prijs der tarwe daalde b.v. in de jaren 1875 tot 1895 van 11 tot byna 5 Gld. Ook de waarde der landerijen nam daardoor zeer af; men schat, dat het land in 1890 694 millioen minder waard was dan omstreeks 1875. Vele landeryen, waarop zware hypotheken rustten, moesten verkocht worden, waardoor de eigenaars te gronde gericht werden.

Vooruitgang. Deze harde les heeft voor den landbouw haar goede zijde gehad. Ook op tentoonstellingen was gebleken, hoe achterlijk de landbouw bij ons was; met kracht werd nu de hand aan den ploeg geslagen. Commissiën werden naar het buitenland gezonden om daar den toestand te bestudeeren; de Deensche methodes voor de zuivelindustrie werden hier inge voerd; tal van roomboterfabrieken werden opgericht, de knoeierijen in den boterhandel zooveel mogelijk bestreden. Reeds onder Willem I was de veeartsenijschool opgericht; nu werden wetten tegen de verspreiding der besmettelijke ziekten onder het vee aangenomen, deels ook om het buitenland een dikwijls aangewend voorwendsel tot de sluiting der grenzen voor ons vee te ontnemen. Voor het landbouwkundig onderwijs werden tal van scholen gesticht, proefvelden en proefstations werden van regeeringswege opgericht. De behartiging der belangen van den landbouw werd aan een afzonderlijke afdeeling van het Ministerie van Binnenlandsche Zaken opgedragen; velen wenschen voor dit doel een afzonderlijk ministerie. Op vele plaatsen toonden ook de landbouwers zelf hun belangen in te zien; door het in gebruik nemen van kunstmest, het aanwenden van betere methodes en het invoeren van nieuwe gewassen (beetwortels) is onze landbouw in de laatste jaren zeer vooruitgegaan. Ook voor coöperatieven aankoop van benoodigdheden wordt reeds veel gedaan; toch wordt dit alles door sommigen niet voldoende geacht en meenen zij, dat het leggen van invoerrechten op de vreemde granen noodig is om den landbouw weer tot bloei te brengen (protectionisme).

I)e belastingen. Op geen enkel gebied misschien is er in de laatste halve eeuw zooveel verbetering aangebracht als in het