is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopt leerboek der geschiedenis van het vaderland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Putte leed echter schipbreuk en eerst in 1870 werd besloten tot geleidelyke afschaffing der gouvernementssuikercultuur; alleen de koffie cultuur, die reeds vóór van den Bosch bestond en niet op de sawah's der inlanders wordt gedreven, bleef tot op heden bestaan; misbruiken werden echter zooveel mogelijk beperkt en de uitbetaalde loonen belangrijk verhoogd. De rijke baten, welke deze cultuur afwerpt, hebben de afschaffing tot dusver tegengehouden. De gouvernements-kinaplantsoenen in de Preanger worden in vrijen arbeid bewerkt.

Ontwikkeling der particuliere nijverheid. Zoolang het Gouvernement zelf als koopman optrad, ondervond het particulier initiatief van die zijde weinig aanmoediging; vooral was het moeilijk om geschikte landerijen te krijgen voor het kweeken van producten. Dit werd nu beter; de agrarische wet van 1870 regelde de wijze, waarop landen van de regeering in erfpacht genomen of van de bevolking gehuurd konden worden. De afschaffing der meeste gedwongen cultures gaf bovendien betere gelegenheid tot het vinden van arbeidskrachten en in de laatste jaren hebben trots allerlei tegenspoed de particuliere ondernemingen een groote vlucht genomen.

Andere hervormingen. Vooral sedert het bewind van Duymaer van Twist (1851 — 1856) werd veel gedaan om den toestand der inlandsche bevolking te verbeteren. De drukkende heerendiensten werden voor een groot deel vervangen door het betalen van een hoofdgeld; belastingen, die hinderlijk waren voor het verkeer, zooals de pasar (markt)-belasting, werden opgeheven. De belasting op het verderfelijke heulsap, de opium, is echter blijven bestaan; in de laatste jaren is men evenwel bezig het demoraliseerende pachtstelsel te vervangen door verkoop van overheidswege, de regie. Het aanleggen van spoorwegen en het tot-stand-brengen van kostbare bevloeiingswerken hebben veel bijgedragen tot de vermeerdering der welvaart; toch zal er nog veel gedaan moeten worden om althans eenigszins te vergoeden, wat vroeger is misdreven.

Oorloiren. In een zoo uitgebreid gebied konden de wapenen natuurlijk niet blijven rusten. Op het hoofdeiland Java werd de orde niet verstoord; het waren vooral de kleine Soenda-eilanden, Borneo en Sumatra, die de aandacht trokken. Uitgestrekte landstreken, die tot dusver onafhankelijk waren geweest, werden