is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een stoel zoo houden, als de afgebeelde stand aangeeft, een stoel zoo veranderen, dat die gelijkt op de afbeelding enz., dan hebben we de afbeelding begrepen, d. i. er is in onzen geest een voorstelling, die aan liet afgebeelde voorwerp beantwoordt.

De plaat moet dus geheel gelijk staan met liet voorwerp zelf, dat ook een voorstelling doet ontstaan bij do waarneming.

En het tafereeltje? Dezelfde redeneering kunnen we ook hierop toepassen — wat de afgebeelde voorwerpen betreft — en immers is een tafereel, als wij bedoelen, toch ook niets anders dan: een geheel van dingen in hun eigenaardigen stand en op zekeren afstand van elkaar voorgesteld.

Per slot van rekening is dus een tafereeltje slechts een combinatie van enkele voorwerpen. Van iets anders: van werking, handeling, is geen sprake.

En om die handeling is het toch menigmaal te doen.

Nu kan vrak een verandering in stand (meestal echter bij gelijk oogpunt van den waarnemer) tot de gevolgtrekking leiden, dat er met het voorwerp iets is gebeurd. We bedoelen natuurlijk verandering van onderlingen stand of van den stand der enkele voorwerpen.

Ge ziet op tafel een flesch staan. Een poosje later (de factor tijd komt hier ook in aanmerking) ziet ge dezelfde flesch omgekeerd. „Er nioet iemand geweest zijn, die haar heett omgekeerd , oordeelt ge.

De flesch was vol. Een oogenblik later is een groot deel van de vloeistof verdwenen. Staat er nu iemand bij de tafel, dan oordeelt ge misschien: „die man heeft zeker een deel van den inhoud der flesch opgedronken" — of, als ge naast die flesch een schoteltje zaagt staan, dat eerst leeg was en nu vol is, dan luidt uw oordeel: „die man heeft de flesch ten deele in den

schotel uitgegoten."

Gij spreekt dit oordeel uit — ook al hebt ge de handeling of handelingen zelve niet gezien.

Zal dus een zekere handeling, een geschiedenis worden afgebeeld , dan moeten er opeenvolgende momenten worden gegeven, hoe meer, hoe beter.

Voor de boven aangeduide handelingen dus b. v.: