is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. We merkten op, dat een voorwerp, in verschillende standen gehouden, steeds een andere voorstelling geeft.

Derhalve zal nu de eerste oefening moeten zijn: duidelijk bewust doen worden, dat het verschil afhangt van de wijze, waarop het voorwerp wordt gehouden, of — wat vrijwel op hetzelfde neerkomt — van het standpunt van den waarnemer.

2. Ter bevestiging daarvan moet nu door de leerlingen een voorwerp zoo voor de klas gehouden worden, dat een bepaalde

kant gezien of niet gezien wordt.

3. Thans komt de teekening aan de beurt. De leerlingen moeten zien, hoe een teekening ontstaat. Daarvoor nemen we een zeer eenvoudig voorwerp, een liniaal bijv. of een penhouder en teekenen het even groot en met dezelfde kleur op papier, terwijl daarna de leerlingen de overeenkomstige deelen aanwijzen en benoemen.

Doen ze dit goed,, dan zijn we zeker, dat ze de afbeelding verstaan.

Men ziet — we hebben hier het voorwerp nog naast de teekening. Wordt het voorwerp zelf weggenomen, dan dient toch de voorstelling, door de teekening aangebracht, nog helder

*e zlJn"

4. Een voorwerp (de penhouder bijv.) wordt in verschillenden stand geteekend, terwijl nu de kinderen het voorwerp zeifin

dien stand moeten houden.

Hiermee is de vergelijking van plaat en werkelijkheid afgeloopen. Thans nemen we de tweede moeilijkheid: de grootte.

5. We teekenen voorwerpen op verschillende grootte.

De leerlingen doen dit eveneens met eenvoudige figuren.

6. Een voorwerp, dat klein is geteekend, wordt met het werkelijke vergeleken, terwjjl we nu meteen het voorgaande omtrent zichtbare en onzichtbare deelen herhalen.

De derde moeilijkheid was dn cifttnnd.

7. Daarom dienen we vooral op schoolwandelingen te laten opmerken, dat dingen, die veraf zijn, kleiner schijnen, maar hun vorm behouden. (Ervaringen der leerlingen).

Wordt nu een verkleinde afbeelding van een mensch bijv. vertoond, dan vrage men terstond, wat die afbeelding voorstelt.