is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handelen; dat maakt alleen de studie der historie mogelijk.

Om de menschen te kennen, moet men ze zien handelen — in de wereld (van R.!) hoort men ze spreken, maar ze verbergen hun daden; in de geschiedenis beoordeelt men ze naar de feiten; daar vergelijkt men wat ze zeggen.

Dit brengt zijn eigenaardige bezwaren mede; want

1°. Moet men zich stellen op een standpunt, vanwaar men zijns gelijken met billijkheid kan beoordeelen.

Nu is één der fouten van de geschiedenis deze:

De slechte zijden worden meer beschouwd dan de goede; de geschiedenis wordt belangwekkend door revolutiën, rampen; groeit het volk, gaat het vooruit in vrede — dan zwijgt de historie; van de volken, die tenondergegaan zijn, bestaat de geschiedenis, maar ze ontbreekt van die, welke zich ontwikkelen ; ze spreekt het minst van die regeeringen, die het best zijn: alleen de slechten zijn beroemd; de goeden worden vergeten of belachelijk gemaakt.

2°. De feiten worden door den historicus veranderd; daarbij komt, dat de oorzaken dikwerf verborgen blijven en dat de historicus er vaak maar een geeft, die 't meest op de waarheid gelijkt.

We moeten het kind zelf leeren oordeelen; neemt het 't oordeel van den auteur over, dan leert het zien door 'toog van een ander; zonder dat oog — ziet het niets.

3°. De geschiedenis laat meer daden zien dan personen; deze vat ze slechts in zekere momenten: in hun paradekleeding; ze laat slechts den „publieken" mensch zien, als hij zich heeft opgeschikt om gezien te worden; zij volgt hein niet in zijn huis, in zijn werkkamer, in zijn gezin — te midden van zijn vrienden; zij teekent meer zijn kleed dan zijn persoon.

,,Ik houd meer van de lectuur van particuliere levens om de studie van het menscheljjk hart te beginnen; dan mag de mensch zich onttrekken — de geschiedschrijver volgt hem overal.

Het is waar, dat de mensch in karakter zeer veel verschilt van den mensch in 't bijzonder en dat men het menscheljjk hart zeer onvolkomen kent, als men het ook „niet in de menigte" onderzoekt; maar 't is niet minder waar, dat men moet beginnen