is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zesde stukje. Honderd. eenv. vraagstukken, die schriftelijk beredeneerd moeten opgelost worden. Vlaktematen alleen met teekeningen; kenmerken van deelbaarheid; G. G. D. en K. G. Y. (na de ontbinding in factoren); optelling en aftr. van gewone breuken na: vereenvoudiging en gelijknamig maken, niet aanschouwelijk), Rom. getallen. Hierbij: Het rek. in de L. S. 300 vraagstukken (voorlooper voor het 6e stukje).

Zevende stukje. Honderd vraagstukken; de kubieke maat; Verm. en deeling van gew. en tiend, breuken. (De andere deeltjes bevatten toepassingen).

5. Rekenboek voor (le Lagere school door J. Versluys 8 stukjes (inet de tusschengevoegde stukjes samen 14 deeltjes), bij A. Versluys, Amsterdam. De eerste drukken verschenen reeds in 1876 en telkens zijn de deeltjes herdrukt.

De handleiding, uit vijf deelen bestaande (prijs samen f 4.70) is een zeer uitvoerige methodiek voor het rekenonderwijs en daarom zeer waard bestudeerd te worden.

De leergang is de volgende:

le Stukje. Getallen van 1—10.

2e Stukje. Getallen van 1—20, (cent, stuiver, dubbeltje, gulden; Liter en decaliter; meter en decameter).

3e Stukje. Getallen van l —100; (telling; de hoofdbewerkingen na elkaar en niet in onderling verband; de gevallen worden streng gescheiden).

Naast dit 3e Stukje nog 3e St. A, behandelende de getallen van "21—50 afzonderlijk. 4e Stukje. Getallen van 1—1000 en hooger; waarin dezelfde gang wordt gevolgd als in het 3e deeltje. Bij de deeling staat do verdeelingsdeeling op den voorgrond.

Bij de telling tot 1000 komen voor de woorden Kilometer en Kiloliter; daarop volgt de telling tot 10000 met toepassing der woorden (zaken?) Dekagram, Hektogram en Kilogram; bij de telling tot 100000 de woorden Myriameter en Myriagram. Dan komen de hoofdbewerkingen in streng gescheiden gevallen.

Naast dit deeltje staan: 4e stukje A voor de getallen beneden 1000 en 4 B voor die beneden 10000, terwijl 4 C aanvulling is van het 4e Stukje en grootere getallen behandelt.

5e Stukje. Gewone en tiendeelige breuken. Voor het aanbrengen van het begrip enz. gaan de gewone (helften enz. tot tiende doelen) vooraf: figuren! Bij de tiende deelen de n«am deci. Dan komt de ontbinding in factoren en het zoeken van den G. G. D. eerst als iets afzonderlijks, daarna toegepast op de herleiding van breuken. (Centi).

Bij het schrijven der decimele breuken de naam milli.

Optelling van gelijknamige breuken. Het K.G.V. eerst op zichzelf, daarna toegepast bij het optellen van ongelijknamige breuken.

Ge Stukje. Optelling van decimalo getallen. Daarna de andere hoofdbewerkingen, steeds eerst met gewone breuken, dan met decimale. Herleiding van gewone tot tiendeelige breuken.

Het deeltje 6 A kan gebruikt worden na het 5e stukje. Elke vermenigvuldiging met een breuk wordt hierin behandeld als een vermenigv. met en een deeling door