is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch in staat gesteld ook die voorwerpen gemakkelijk op te vatten en te onderscheiden, welke voor anderen slechts een „chaos schijnen. „Oefening van 'toog" is derhalve een gevolg van waarnemen, van opzoeken en ontbinden der elementen (vlakken of lichamen). Tegelijk daarmee wordt dan ook het gevoel vooi ïegelmaat en schoonheid aangekweekt (wordt de smaak ontwikkeld). We hebben dus bij die „oefening van 'toog" niet in de eerste plaats te denken aan een lichamelijk scherp leeren zien (ofschoon we dit misschien niet geheel mogen uitsluiten) maar de uitdrukking dient — voor het teekenonderwijs allereerst figuurlijk te worden opgevat. Het teekenonderwijs wil zorgen, dat het kind b. v. op het oog lijnen van een bepaalde lengte vorme, dat het die lijn in gelijke deelen verdeele enz., maar berust ook die vaardigheid niet op de juiste voorstelling van een bepaalde lengte? Gesteld, dat het kind een lijn in tweeën heeft verdeeld. Nu moet het „op het oog" uitmaken, of die beide stukken even groot zijn. Het „vat" daartoe de eene „helft juist „in toog," d. i. het vormt een scherpbegrensde voorstelling van dat deel. Daarna kijkt het naar het tweede en vergelijkt nu, of de tweede voorstelling door de eerste geheel wordt „gedekt. Het heeft de lengte-voorstelling der eene helft bewaard en gaat daarmee die der tweede „helft" vergelijken. Zoo komt het tot de conclusie, dat de lijn juist verdeeld is of niet. Bij de andere verdeelingen gaat het eveneens.

En nu wat de oefeningen van de hand aangaat, hierbij is inderdaad van lichamelijke oefening sprake; de ervaring leert immers, dat het kind, al heeft het overigens juiste voorstellingen van lijnen, daarom nog geen goede lijn kan maken.

De pas beginnende teekenaar zet een lijn, die recht moest wezen. Hij beziet zijn kunstproduct: hij merkt, dat ze bochten heeft en vlakt haar uit — om opnieuw te beginnen. Had hij geen voorstelling van een rechte lijn, hij zou de fout natuurlijk niet ontdekken. De gezichtsindrukken moeten weergegeven worden en daartoe moet de hand medehelpen. De leerling moet gewend worden aan het hanteeren van de hulpmiddelen: lijj moet leeren, hoe het teekenmateriaal moet worden bestuurd om de beste resultaten te verkrijgen, maar in de eerste plaats ook,