is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft, wanneer de gegeven woorden voorstellingen wakker roepen.

We ljjden met onze verhalen steeds schipbreuk, wanneer we spreken over zaken, die „boven de bevatting van den leerling" gaan, d. w. z. wanneer we ervaringen veronderstellen, die niet aanwezig zijn. En dit hebben vele schrijvers van leesboeken herhaaldelijk uit het oog verloren.

Waar zij spreken over gevoelens, alleen den hoogeren leeftijd eigen; waar zij ten tooneele voeren personen, die begaafd zijn met deugden, die de jeugd niet kan kennen; waar zij voorbeelden stellen, die geen voorbeelden zijn, omdat de kinderen ze niet begrijpen, en er dus niets bij denken; waar zij bij onze leerlingen oude-mannetjes-deugden verwachten, terwijl ze zeker weten, dat die den kinderen zeer leelijk zouden staan, daar begaan ze einstige fouten. Ook hier mag het leesonderwijs evenmin als de vertelling, die er geheel mede overeenkomt, gebruik maken van niet-aanwezige voorstellingen: d. i. voorstellingen van menscheljjke eigenschappen en menschelijke daden.

We willen den omgang der kinderen uitbreiden en daarom brengen we hen — door middel van de taal — in aanraking met andere wezens (menschen en dieren), die zij zich moeten voorstellen; d. w. z. de door de taal gewekte voorstellingen moeten — al weer met behulp van het woord — gecombineerd worden: zoo ontstaat het beeld van den persoon, van het individu ; zoo ook ontstaat het beeld van de handelingen en van de gevolgen. Dit alles is zaakonderwijs. Zijn de elementen, die de beperkte omgang moet leveren, niet aanwezig, hoe zal dan eenige invloed kunnen worden uitgeoefend?

We wenschen opleiding tot deugd en daaruit vloeit onmiddellijk yoort, dat we meer voorbeelden moeten geven, die kunnen nagevolgd worden dan zulke, die afgekeurd moeten worden, zelfs al geven we ze, opdat de leerling ze zal afkeuren. Doch, hoe moeten we ons nu den invloed der lectuur op de zedelijke vorming voorstellen? Het komt ons voor, dat we — evenals voor de verstandelijke vorming is gedaan — slechts het aantal ervaringen van goede daden moeten vermeerderen, zonder al te veel in het redeneeren over die daden te vervallen. We willen moraal geen gemoraliseer.