is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun door ouders en opvoeders als goed is voorgesteld en met hun eigen daden.

In de eerste leerjaren zal de aansluiting hij de ervaring en het eerste onderwijs de auteurs van leesboeken wel noodzaken zeer eenvoudige stof te behandelen. Daar zal gesproken kunnen worden over de omgeving des kinds (en dit maakt eigenlijk speciale leesboeken voor groote steden noodzakelijk!): het huis den tuin, over vader en moeder, broertjes en zusjes, over kinderspelen, over de dieren, waarmee ze omgaan of waarmee ze kennis hebben gemaakt, over een enkele plant en bekende natuurverschijnselen. Later breidt zich de gezichtskring en daarmee ook de lectuur uit in den zin, als we boven schetsten.

De leesboeken zullen dus, wat hun inhoud betreft, aansluiten bij het onderwijs in de overige leervakken en bij de opgedane ervaringen (van natuur en menschen). Dan kunnen ze °beantwoorden aan den eisch der veelzijdige belangstelling. Voor het wekken der religieuze belangstelling dient nog afzonderlijke stof te worden opgenomen. Voor het vertellen zie men hierachter bij: t Verteluurtje door Hinse en Stamperius.

§ 79. Hel „realistisch" deel van den inhoud.

En hiermee zijn we tot een anderen eisch gekomen: het onderwijs zorge voor de innige verbinding der voorstellingen. Het leesonderwijs dunkt ons daartoe in de eerste plaats geschikt, juist omdat het in de stof vrij is. Het kan een verbindenden schakel vormen tusschen de vele leervakken en dit doet het dan ook. Maar wel maakten we vaak bij het behandelen van leeslessen de opmerking, dat de auteurs zich wat al te vrij gevoelen en voorstellingen aanwezig achten, die noch bij het onderwjjs in aardr., gesch., natuurkunde, noch door de ervaring zijn aangebracht. Nog al te vaak gebeurt het, dat gesproken wordt over landen, die niet behandeld zijn of over geschiedkundige personen, waarvan het kind niet anders weet dan wat de les geeft. No^ al te veel wordt geen rekening gehouden met de vorderingen der leerlingen in de vakken, waaraan het leesonderwijs zijn stof ontleent. Het zal onnoodig zijn daarvan voorbeelden te geven. Ieder belangstellend lezer kan ze in de eene of andere serie vinden.