is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Afbeeldingen van die dingen, welke niet rechtstreeks aanschouwd kunnen worden en die toch voor 't begrijpen van de les noodig zijn. Was de zaak bij het gewone onderwijs behandeld, dan zou daar die afbeelding reeds vertoond zijn.

Voorbeelden. In: In „Woord en Beeld" 7e en 8e st. komen voor: twee ridders hunneoedden, afbeeldingen van werktuigen uit „den steenen tijd," een burcht,' een Sennelmt, De Worp, een nis, wapens van een ridder, een lichtstandaard, het binnenste van liet huis eens ridders, harpoenen.

In Vooruit IV: Het strand, een bosch , een kasteel.

In Stofgoud: een waterval, een handelsstad (schepen).

In Bonte Steenen: een waringinboom.

In Klimop: een woestijn.

Deze afbeeldingen passen natuurlijk alleen in de hoogere stukjes.

Afbeeldingen van die dingen, welke de pliantasie helpen (die dus gemak geven):

\oorbeelden: In Wildzang: een visschersfamilie aan 't raam, klauterende jongens. In Stofgoud : een gevecht van een tijger en een buffel, Hugo de Groot in de boekenkist.

In: In Woord en Beeld 4e st.: een vogelverschrikker, oorlog, pruimenregen enz.

3. Afbeeldingen, die hoofdzakelijk tot versiering zijn aangebracht, (deze helpen de phantasie natuurlijk ook, maar zijn niet zoo noodig!).

In: Meiregen: een meid, die de glazen wascht; zusie, die slaapt.

In: Dauwdroppels: De klok, de haan.

In: De Jonge Lezer II: het sneeuwt, de slak; id A: Piet, die huilt, enz.

4. Afbeeldingen, die met den inhoud der les niets te maken hebben en dus geheel versiering zijn:

In: Bonte Steenen A: het portret van Huijgen», In Stofgoud A id. v. Vondel

Verder kunnen ook vignetten het boek versieren.

Bij dit illustreeren der leesboeken mogen we er zeker nog wel eens op wijzen, dat de afbeeldingen vooral Hollanders en Hollandse)te toestanden moeten voorstellen, als over Hollctndsche zaken wordt gesproken. Dit is nog lang niet altijd het geval.

Over de andere eischen spreken we bij de behandeling eener leesles.

II. De Torm.

§ 82. Algemeene eisclien, aan den vorm te stellen.

Onder dit opschrift zullen we in liet kort bespreken, welke