is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine Hoogduitsche spraakkunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan het einde van een zelfstandig naamwoord op at, it, us staat, in strijd niet den regel, de korte s.

N B.: dasz voegwoord, das lidwoord of voornaamwoord. B.v.: Dat weet ik, dat liet waar is.

D .. weisz ich, d . . es wahr ist.

Het geluk, dat ik zoo iets niet verliezen kan, troost mij.

Dus Glück, d.. ich so etwas nicht verlieren kann, tröstet mich.

Het geluk, dat ik verloren heb, vind ik niet terug. Das Gliick, d . . ich verloren habe, finde ich nicht wieder.

Dat je dat vergeten hebt, dat vergeet' ik je, maar dat je mij beliegen wou, dat zal ik je betaald zetten.

D . . du d . . vergessen hast, d . . verzeihe ich dir, aber d . . du mich belügen wollteBt, d . . solist du mir büszen.

§ 30 3. Wanneer schrijft men ü, wanneer e'i Wanneer tin, wanneer ei< ?

Waar het duidelijk is, dat deze beide klanken door Umlaut ontstaan zijn, schrjjtt men ü en au, anders e en eu.

IS.v.: die Hand die Har,.Ie, ich falie du fallst, der Hammer de hamer, liaminerii hameren, der Arm de arm, der Armel de mouw, lachen lachen lacliein glimlachen, die Br,.ut de verloofde, die liriiute, ich laufe ik loop, du loufst, der Rauin de ruimte, rüuinen ruimen, derGlaube het geloof, glauhig geloovig;

daarentegen:

heulen huilen, die Beule ,1e buil, die Beute de buit, der Teufel de duivel. Niet altijd wordt deze regel streng in acht genomen.

Bv : ich brannte, Konjunkt.: ich brennte.

S 31. 4. Wanneer schrijft men ei, wanneer ui? L)e tweeklank a 4- i wordt geschreven gewoonlijk als ei, in een beperkt aantal woorden als ui.

Hiervan zijn de meest bekende:

der Hain het woud (dichterlijk), der Kaiser de keizer. der Laie deleek, der Mui de Mei, die Maid de maagd (dichterlijk), die Bai de baai, der Hai de haai, der Kai de kaai, en in eigennamen als: der Iiaier de Beier, Mainz. enz ;

der Laib het brood, der Leib het lijf, het lichaam ;

der Rain de vcldgrens, der Rhein de Rijn;

die Saite de snaar, die Seite de zijde, de bladzijde.

O