is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine Hoogduitsche spraakkunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vgl.: een mijner vrienden, einer meiner Preunde een vriend ein Freund

was bij mij. war bei inir.

Vgl.: een zijner paarden, ein(e)s seiner Pferde een paard ein Pferd

werd verkocht. wurde verkauft.

Twee mannen zijn door het ijs gezakt, een van hen is verdronken.

Zwei Manner sind durchs Eis gebroehen, .... von iluien ist ertrunken.

Er is een man verdronken. Es ist ... . Mann ertrunken.

Hij wachtte een kwartiertje en nojj een.

Er wartete .... Viortelstiindchen (onz.) und noch. . . .

N.B.: In den l»t«n en 4derl naamval onz. enkelvoud verliezen deze woorden, „unser" en „euer" uitgezonderd, veelal de « van den uitgang.

Dus: ein(e)B, mein(e)s, enz., daarentegen : uns(e)ree, eures.

N.B.: De er van „dies«r" ie uitgang, de er van „unser" en „euer" behoort bij den stam; wanneer de er uitgang was, zou b.v. de '2de naamval niet zijn unser-es, eur-es, maar ....

N.B.: een(e) vrouw eine Frau.

ons schip uns<?r Schiff.

V ertaal:

een vrouw die Frau, een bank die Bank, een vuist die Faust, een vrucht dieFrueht, een last die Laat, een worst die Wurst, een wereld die Welt, een daad dieTat, een koe die Kuh, — ons jiaard das Pferd, ons huis das Üau9, ons boek dasBuch, ons zwaard dasSchwert, ons geld das Geld, ons glas das Glas, ons graf das Grab, ons land das Land, ons dak das Dai'h, ons geslacht das Geschlecht.

§ 40. Opmerking.

Wanneer wij zeggen:

Dat is mijn hoed en dat is de jouwe (of: en die is van jouw), kan men in het Duitsch zeggen:

Das ist mein Hut und das ist der deine.

Gebruikelijker is het evenwel in dit geval den vorm van het bezittelijk voornaamwoord met ig te verlengen :

der meiniye, deinde, seinde,

der unsri'ye, eurige, ihri^e.

Nog gebruikelijker is het bij den onverlengden vorm het lidwoord