is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine Hoogduitsche spraakkunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Duitsclie „Sie" en het Hollandsche „U", het Duitsche „du ' en het Hollandsche „jij" map men derhalve geenszins met elkaar gelijkstellen.

Zoek eenijfe gevallen, waar dr lMiitsrlier de Hollander „( " gebruikt

en omgekeerd.

Men denke er aan:

1°. dat het gebruik van „Sie" zich tot de taal van het dagelijktck leven bepaalt;

vandaar in het gebed:

Vater, der Du bist iin Himmel ....

Vader, die in den hemel zijt

Gij, mijn God! Du mein Gott!

(en niet: Vater, der Sie .... Sie, mein Gott).

2°. dat „Sie" alleen gebruikt wordt, wanneer men een bepaalden persoon aanspreekt;

vandaar:

Gij zult niet stelen: Du solist nicht stehlen! (een algemeen verbod: men zal stelen. „Sie sollen nicht stehlen zou men slechts tegen een bepaalden persoon kunnen zeggen: U of jij moet niet stelen);

Zegent, die U vloeken! Segnet, die eucli fiuchen!

zoo ook in spreekwoorden :

Vertrouw, maar zie toe op wien!

Trau, schau wem!

uit de voorrede van boek:

Waarde lezer, ik hoop, dat gij

Lieber Leser, ich hoffe, dasz Du ....

Opmerking III.

Wanneer in het Hollandsch „hij" bepalingaankondigend voornaam woord is, d.w.z., wanneer „hij" vervangen kan worden door „degene" vertale men „hij" niet door „er", maar door „der" of „derjenige" B.v.: Hij, die zoo iets doet, is een gek.

. .., der so etwas tut, ist ein Narr.

De liefde van Hem, die de musschen voedt, zal ook ons behouden.

Die Liebe der auch die Sperlinge speiset, wird aucl

uns erhalten.

God is goed; Hij, die de musschen voedt, zal ook ons behouden. Gott ist gut; . . der die Sperlinge . . . , u. s. w.