is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine Hoogduitsche spraakkunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3°. een aantal mannelijke woorden, die later genoemd zullen worden (zie § 62).

B.v.: derHund de hond, der Dolch de dolk, derTag de dag, der Mond de inaan, der Arm de arm, der Halm de halm, der Huf de hoef, der Pfad het pad ;

dus: die Hunde, Dolche, enz.

4°. de woorden mot vreemde uitgangen:

B.v.: der Roma» de roman, der Balko« het balkon, der Notar de notaris, der Major de majoor, de Genera/ de generaal, der Katalo^ dekatalogus;

dus : die Romane, die Balkone, enz

N.15.: De woorden, die in het meervoud huil stam met er verlengen, krijgen altijd,

de woorden, die hun meervoud vormen op en, krijgen nooit den Umlaut. (Waarom niet?)

IV. Zelfstandige naamwoorden, die onregelmatig

verbogen worden.

§ 56. a.

Een 8-tal (sterke) mannelijke zelfstandige naamwoorden op en verliezen in den lsten naamval enkelvoud gewoonlijk do n van den stam.

Friede(n), Funke(n), Gedanke(n), Glaube(n), Haufe(n), Name(n), Saine(n), Wille(n).

Dus: der Friede, des Friedens, enz., (Ygl.: der Besen).

Gelijk „Friede", „Flinke", wordt ook verbogen: <Jer Biichstabe.

b. Herz (onzijdig, gemengd) wordt in liet enkelvoud afwijkend verbogen:

Herz, Herzens, Herzen, 1 lerz.

c. De vreemde woorden op ion veranderen in het meervoud um in en of a.

15.v.: das Gym nasi mm, die Gymnasien of Gymnasia.

Vorm nu het meervoud van:

das Museum, Individuum (alléén op en), Lyceum.