is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine Hoogduitsche spraakkunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Schild, die het schild (wapen).

das Schlosz. a. het slot(de sluiting),b. hetslot,

kasteel, paleis.

die Schlösser der Türen. de sloten der deuren,

die Schlösser der Fürsten. de paleizen (sloten) der vorsten,

das Schlosz (selten der Palast). het paleis van een vorst

z. B.: das Königliche Schlosz. het koninklijk paleis.

dagegen : daarentegen :

Er hat sich da einen Palast bauen liij heeft daar oen paleis neergezet, lassen.

das Stift. het sticht, stift gesticht, klooster.

der Stift, die de stift (houten of metalen staafje

met spitse punt).

der Bleistift, Blaustift, Kotstift, potlood, blauw potlood,

Drahtstift, die. . . . rood potlood, draadnagel,

das Wams. het (wam)buig.

das Kohr. de buis (pijp).

das Weib, die Frau. de vrouw.

das Gehalt, der Gehalt. het traktement, het gehalte,

das Gemach, z B. die Gemacher het vertrek (iuen denkt daarbij

des Fürsten. aan een deftige omgeving),

die Abreise. het vertrek (het op reis gaan van

een persoon).

die Abfahrt. hetvertrek(van een trein,een boot),

das Gespenst, Gewand, Aint. spook, gewaad, amt6t.

Augenlid, Bad, Buch, Dach, Dorf. ooglid, bad, boek, dak, dorp.

Fach, 1'asz, 1'eld, Geld, Glas. vak, vat, veld, geld, glas

Grab, Haus, Holz, Nest, Pfand. graf, huis, hout, nest, pand.

Schwert, Tal, Regiment. zwaard, dal, regiment.

Geschlecht, Fürstentum. geslacht, vorstendom.

§ 7G. Umlaut (lil).

der Apfel, der Hammei. de appel, de hamel.

der Mangel. het gebrek.

wir haben Mangel an Geld. wij hebben gebrek aan geld.

Dieses Buch hat viele Mangel. Dit bock heeft vele gebreken (onvolkomenheden).

Dieses Buch hat viele Fehler. Dit boek heeft vele fouten (bepaalde onjuistheden).