is toegevoegd aan uw favorieten.

De gezonde geloovige, zijnde een verhandeling der evangelische bekeering, ontdekkende het werk van Christus' geest in de verzoening eens zondaars met God

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAARIN DE

2. Wat de noodzakelijkheid daarvan is.

3. Welke middelen de Heere gebruikt, om ze te werken.

4. Welke mate daarvan vereischt wordt.

Eerst: Wat is deze verootmoediging?

Gelijk hoovaardigheid die zonde is, waardoor een mensch zich inbeeldt, wat goeds in zich te hebben, zoekende iets voortreffelijks in zich zeiven en zich verheffende boven God; zoo is de verootmoediging in deze plaats, dat werk des Geestes, waardoor de ziel, afgebroken zijnde van eigenwijsheid en zelf-vertrouwen in eenig goed dat ze heeft of doet, zich onderwerpt en zich neder legt onder God, om gedaan te worden naar zijn welbehagen, 1 Petr. 5:6 ,Lev. 26:41. Gelijk de verbrijzeling den zondaar afsnijdt van het kwaad dat in hem is, zoo snijdt de verootmoediging hem af van al zijn hooge inbeeldingen en zijn zelfvertrouwen op het goede dat in hem is, of hetgeen hij in zich meent te vinden; en zoo is de ziel klein voor God.

Ten andere. Welke noodzakelijkheid hierin is:

1. Omdat wanneer de Heere het hart van zijn uitverkorenen gewond heeft, dit straks hun werk is (zoo de Heere hun niet door zijn genade voorkomt, gelijk Hij veeltijds doet) om te zien wat goeds zij hebben; of zoo zij weinig of niets vinden, dan zoeken zij er naar in zichzelven, opdat ze hun wonden daarmede zouden heelen; want zij denken, dat gelijk hun zonden God zoo tot toorn getergd hebben, zij, indien ze zich nu kunnen beteren en die zonden laten, of berouw hebben en bedroefd daarover zijn; zoo ze nu bidden, hooren en doen gelijk anderen, zij dan wel hoop kunnen hebben, dat hierdoor hun wond genezen en de Heere met hen verzoend worden zal. Ziende dat er geen vrede is in hun zondigen weg, zullen zij zoeken of er niet iets anders is, om in een goeden weg gevonden te worden. En gelijk Adam, wanneer hij zijn eigen schaamte en naaktheid zag, zich voor God onder het geboomte verstak en zijn naaktheid bedekte met vijgebladeren, zoo tracht de ziel, die onmogelijk haar eigen zonde en onreinigheid kunnende aanschouwen, Christus Jezus niet kennende, en.nog verre zijnde van die te zoeken, haar eigen goddeloosheid en zondigheid, die ze nu gevoelt, te bedekken met eenige van deze vijgebladeren. Hierom vragen zij, Micha 6:6, 7. Waarmede zij den Heere zullen