is toegevoegd aan uw favorieten.

De gezonde geloovige, zijnde een verhandeling der evangelische bekeering, ontdekkende het werk van Christus' geest in de verzoening eens zondaars met God

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WELKE MATE VAN

vaardig, maar ik ben te snood; Hij doe met mij zooals het goed is in Zijne oogen. En dus doodt de Heere Jezus de ziel door de wet aan de wet, totdat zij gemaakt is, om zich aan te stellen als was of als leem in de hand des pottebakkers, om haar een vat te maken, tot zoodanig gebruik als Hem behaagt. En zoo scheidt zij van haar eersten man, te weten de zonde en de wet, opdat zij met Jezus Christus getrouwd worde, gelijk de apostel zoo voortreffelijk spreekt in Rom. 7. Met één woord, wanneer de Heere Christus de ziel heeft doen gevoelen, niet alleen haar onvermogen, om zich zelve te helpen, zooals Paulus zegt, Gal. 2:20, Niet ik, maar ook haar eigen onwaardigheid, dat de Heere haar zou helpen, zoo roept zij uit met Jacob, Gen. 32 :io: zie, ik ben te gering en te snood; en op dezen tijd is ze vas capax, een vat bekwaam, hoewel onwaardig, voor de genade, Jac. 4:6.

Ten vierde. De laatste vraag is nog over: Welke mate van vernedering hier van noode is?

Merk op, gelijk er zooveel overtuiging van noode is, dat ze verbrijzeling werkt, en zooveel verbrijzeling dat ze verootmoediging voortbrengt; evenveel verootmoediging is er van noode, als het geloof kan wekken, of als de ziel uit zich zelve drijft naar Christus; want gelijk het eerste einde van de overtuiging is de verbrijzeling, en wederom dat van de verbrijzeling de verootmoediging, zoo is het eerste einde van de verootmoediging het geloof, of het komen tot Christus, waarvan wij straks spreken zullen.

Vandaar is het, dat de Heere de vermoeiden roept om tot Hem te komen, Matth. 11128. Zooveel verootmoediging is er van noode, als u doet komen om rust te zoeken in Christus, en niet meer. Zoo iemand kan komen, zonder aldus belast en vermoeid te zijn, laat hem vrijelijk komen en drinken van het water des levens; maar een hoogmoedig hart, dat zichzelf tot een Zaligmaker wil zijn, wil niet tot den Heere Jezus komen, opdat Hij zijn Zaligmaker zij; zoolang iemand zijn eigen geneesheer kan wezen, zal hij niet zenden om een ander. Neen, laat mij een trap lager komen; indien de ziel met komen kan tot Christus, (want wie gevoelt zichzelven niet onmachtig ,wanneer de Heere Jezus trekt?) en ook met gewaar wordt, dat de Heere Jezus haar trekt en dwingt om te komen; indien nochtans de ziel zoo diep vernederd is,