is toegevoegd aan uw favorieten.

De gezonde geloovige, zijnde een verhandeling der evangelische bekeering, ontdekkende het werk van Christus' geest in de verzoening eens zondaars met God

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo neem ik het blijmoedig aan; de man doet mij geen volstrekte toezegging, dat dit brood het mijne is en dat het mij zal voeden; maar hij zegt mij, indien ik het ontvang, het zal zekerlijk het mijne wezen om mij te voeden, en op dien grond neem ik het voornamelijk aan. Evenzoo is het in het geloof. Vraag een verslagen zondaar: waarom gelooft gij? Waarom neemt gij Christus aan als uw eigen ? Heeft de Heere zoo ronduit gezegd, dat Hij de uwe is? Neen, zegt de ziel;maar de Heere biedt zichzelven mij vrijwillig aan, die zonder Hem verloren ben en zegt, dat zoo ik Hem aanneem, Hij eeuwig de mijne zal zijn om mij het leven te geven; derhalve omhels ik Hem dankbaar ; dit is de grond des geloofs. De Schriftuur vertoont dit in een levendige gelijkenis van een groot avondmaal, waartoe een gansche menigte genoodigd was. Wat was de grond van hun komen daartoe? Ziet, alle dingen zijn gereed, zoo gij komt en eet; het is voor u niet indien gij niet komt; maar komende op mijn roeping en noodiging, zullen alle dingen de uwe wezen, Luc. 14 : 17. En hierom werden degenen die niet kwamen, uitgesloten en de anderen met een welkom ontvangen.

Ik weet wel, dat dit voor sommigen een verschil is van eenige zwarigheid, namelijk, of een volkomen getuigenis van dadelijke gunst en rechtvaardigmaking niet de eerste grond des geloofs is? Die het geloof stellen als een volstrekte verzekerdheid van Gods gunst, moeten uit noodzakelijkheid deze verzekering verdedigen en dan zullen deze dingen daaruit volgen:

1. Dat een christen moet gerechtvaardigd zijn, vóór hij gelooft; want de oorzaak van het geloof moet vóór het geloof gaan.

Deze stelling: gij zijt gerechtvaardigd en verzoend, is volgens deze verzekering de oorzaak van het geloof; want geen stelling kan gezegd worden daarom waar te wezen, omdat wij overreed zijn, dat ze waar is; maar zij moet eerst waar wezen, eer ik ervan overreed kan zijn. De wand is niet wit, omdat mijn oogen dat zien, maar zij moet eerst wit wezen en dan zie ik het zoo. Nu, dadelijke rechtvaardigmaking te stellen vóór het geloof, is rechtstreeks tegen den ganse hen loop der Schriftuur. Wij hebben in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden, Gal. 2 : 16, en niet, wij zijn gerechtvaardigd, opdat wij gelooven zouden. Door het geloof zijn wij van den dood