is toegevoegd aan je favorieten.

De gezonde geloovige, zijnde een verhandeling der evangelische bekeering, ontdekkende het werk van Christus' geest in de verzoening eens zondaars met God

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIE RECHTVAARDIGT

de Heere ontslaat ons zijn Woord en zoo geeft Hij ons vrede, Hebr. 6 : n.

2e Vraag. Wxe is Hij die rechtvaardigt?

Antw. Het is God de Vader, Rom. 8 :33. Vader, vergeef het hun, zegt Christus. Hierom is de Christus onze Voorspraak bij den Vader, i Joh. 2 : i. Al de drie personen waren door de zonde beleedigd; doch de grootste beleediging was den Vadér aangedaan, naardien zijn manier van werking voornamelijk bleek in de schepping, van welke rechtheid de mensch door zijn zonde is afgevallen. De Vader vergeeft eerst door een Opperste macht. De Zoon des menschen, Christus Jezus, vergeeft door een onmiddellijke bedeeling en last van den Vader, Matth. 9:6. Joh. 5 : 22. De apostelen en hun navolgers vergeven bedienendenvijze, Joh. 20 : 23. De Vader vergeeft door vergeving te vergunnen; de Zoon door vergeving te verwerven; de Bedienaars, waar ook de Geest is, door vergeving te verkondigen en toe te passen: zoodat dit een groote troost is, dat God de Vader, de voornaamste getergde partij, die is, welke rechtvaardigt; Hij is het die dit genadig vonnis velt, en wie kan dan verdoemen ?

3e Vraag. Waarom rechtvaardigt de Vader aldus?

Antw. Het is enkel zijn genade, en het is uit genade. En hierom noem ik het zijn genadevonnis, Rom. 3 : 24. Wij worden om niet gerechtvaardigd, uit zijn genade. Wat is zijn genade? De profeet Jesaja verklaart haar te zijn, niet onze genade, of werken der genade, ofschoon door de genade gewrocht, maar om zijns naams wil, Jes. 43 : 25. In eenig opzicht is het waarlijk bij God recht te vergeven, namelijk ten opzichte van Christus' voldoening, Rom. 3 : 25. 1 Joh. 4 : 10.

De genadestoel en de tafelen der wet in de arke, kunnen wel samen bestaan; maar dat Christus gezonden werd, om de gerechtigheid te voldoen, en dat voor uwe, en niet voor eens anders zonden voldaan is geworden, is ganschelijk uit genade alleen. Indien gij dan zoudt denken, dat de Heere u uw zonden vergeeft, omdat gij minder zondaar zijt geweest dan anderen, of zoo gij denkt, dat de Heere u uw zonden niet wil vergeven, omdat gij grooter zondaar zijt dan eenig ander, zoo zondigt gij grootelijks tegen den rijkdom van Gods genade, in dezen deele.

4e Vraag. Wat is het middel, waardoor de Vader aldus rechtvaardigt ?